Ornithogalum (voorjaarsbloeiend)

Ornithogalum dubium

Ornithogalum (voorjaarsbloeiend) is familie van de Asparagaceae

Populaire naam: Vogelmelk of Akkermanneke

Bloeiperiode: maart – mei - Bloeikleur: wit met groene buitenkant en oranje

Plantdiepte: 8 - 10 cm - Plantafstand: 10 cm - Planthoogte: tot 60 cm

Toepassing: borders, verwilderingstuinen, rotstuin, onder beplanting rozen en struiken, potterie en bloemsierkunst

NAAM EN HERKOMST ORNITHOGALUM

Ornithogalum kent bijna 200 soorten, zowel voorjaars- als zomerbloeiende. De meeste komen van nature voor in Zuid-Europa, Zuid-Afrika en Azië. De botanische naam Ornithógalum is afkomstig van de Oudgriekse plantennaam ornithogalon, wat vogelmelk betekent (ornis = vogel gala = melk). Vogelmelk werd in het verre verleden ook wel duivenmest genoemd. De bollen zouden volgens overlevering zijn meegenomen tijdens pelgrimsreizen naar Mekka. Het groeit daar dan ook zo veelvuldig dat ze de kliffen witten, als duivenpoep.

De vogelmelk is van familie naar familie geschoven door de deskundigen, van narcis naar hyacint en in Italië spraken ze over jacinthe del Pater nostro, volgens Clusius door het kraalvormige hart van de bloem. In 2004 is voorgesteld Albuca, Dipcadi, Galtonia, Neopatersonia en Pseudogaltonia in Ornithogalum op te nemen. Op basis van DNA-onderzoek is in 2009 besloten dat Albuca een zelfstandig geslacht is, als ook Dipcadi en Pseudogaltonia. Galtonia en Neopatersonia vallen onder het geslacht Ornithogalum. De eerste beschrijving van Carl Linnaeus werd in 1753 gepubliceerd in de eerste editie van Species Plantarum van Carl von Linné.

We kunnen ze in twee groepen verdelen: winterharde (voorjaarsbloeiend) en niet winterharde (zomerbloeiende) en iedere groep weer in lage en hoge soorten. Een “derde soort” is de late winterbloeier Ornithogalum fimbriatum die nog een herbloei in het voorjaar kent. Twee soorten komen in het wild voor in Nederland, de gewone (Ornithogalum umbellatum: zie verspreidingsgebied) en de knikkende vogelmelk (Ornithogalum nutans: zie verspreidingsgebied).

KLEUREN EN VORMEN ORNITHOGALUM

Ze heeft witte bloemen van zes blaadjes en bloeit in de vorm van een piramide, bolvormig of in een toorts. De meeste soorten hebben een groene streep op de achterkant van de bloemblaadjes. Er zijn enkele soorten die in geel en oranje bloeien. Ze vormt pollen en heeft lange smalle, lijnvormige bladeren.

SYMBOLIEK ORNITHOGALUM

De symbolische betekenis van Ornithogalum is zuiverheid en gids.

Ornithogalum balansae bollen

ORNITHOGALUM KOPEN

Koop in het najaar (voor de zomerbloeiers in het voorjaar) stevige, gezonde, grote bloembollen die gelijkmatig van vorm zijn. Koop nooit bloembollen die zacht of doorweekt zijn, blauwe of groene schimmel hebben, er bedorven uitzien of uitgedroogd zijn. Deze bollen zijn waarschijnlijk ondeskundig of te lang bewaard. Let ook op de uitlopers, een klein, groen puntje is geen bezwaar. Koop ook geen beschadigde bloembollen want deze zijn gevoelig voor schimmels. Grote bloembollen geven stevige lange stengels en grotere en/of meer bloemen. Meer kooptips.

ORNITHOGALUM PLANTEN

Plant ze in het najaar in goed doorlatende en humusrijke grond in kleine groepen op plaatsen waar ze zich ongehinderd uit kunnen breiden. Bijna alle soorten groeien uitstekend op zonnige, half beschaduwde plekken, nabij groepen houtige gewassen. Ook in een grasveld staan ze bijzonder. Uitzondering is de Ornithogalum balansae, die vooral goed gedijt in een zonnige rotstuin. Meer planttips.

VERZORGING ORNITHOGALUM

Geef regelmatig water, de aarde rondom de bol mag niet uitdrogen. Uitgebloeide bloemen wegknippen. Daardoor wordt de herbloei gestimuleerd. Snij in de zomer de vergeelde bladeren af. Maai het gazon pas als alle bladeren zijn afgestorven. In herfst wat mest iedere paar jaar bevordert bloei. Niet winterharde soorten moeten goed afgedekt worden tijdens de winter. Meer verzorgingstips.

VERWILDERING ORNITHOGALUM

De bollen verwilderen goed, door het delen van de bollen of door zaad dat door de mieren wordt verspreid. Om uitbreiding te voorkomen moeten de uitgebloeide bloemen in het voorjaar regelmatig afgesneden worden. Rijp zaad kan gezaaid worden. Het zaad heeft voor het kiemen kou nodig en kiemt goed na een overwintering in de koude bak. Meer verwilderingstips.

BLOEMSIERKUNST ORNITHOGALUM

Vooral de hogere soorten Ornithogalum zijn zeer geschikt als snijbloem, zoals Ornithogalum dubium, Ornithogalum magnum, Ornithogalum narbonense, Ornithogalum Pyramidale, Ornithogalum pyrenaicum en Ornithogaum reverchonii. De bloem doet het zowel goed als solitair als in een gemengd boeket. Met deze tips geniet u langer van de bloemen:

  • Gebruik altijd schone vazen. Doe hierin koud leidingwater, dat wordt vermengd met de juiste dosering snijbloemenvoeding voor een langere houdbaarheid.
  • Vuil water met daarin veel bacteriën is slecht voor alle bloemen. Het is dan ook aan te raden de bloemen om de drie of vier dagen schoon water te geven met snijbloemenvoeding. Een klein beetje bleekwater in het water helpt bacteriegroei te beheersen en het water helder te houden.
  • Twee eetlepels suiker, 1 theelepel baking soda, appelazijn of een cent in de vaas houden de bloemen langer vers.
  • Snij ca. 2 cm van de steel schuin af, vlak voordat je de bloemen in de vaas plaatst. Doe dit met een scherp mes. Verwijder altijd overtollig blad.
  • Zet ze op een koele plek. In een warme kamer of in de zon bloeien ze sneller uit.
  • Zet ze niet in de buurt van de fruitschaal. Fruit geeft van nature ethyleengas af waardoor de bloemen sneller verouderen.

ORNITHOGALUM CULINAIR

Tegen de Bijbelse achtergrond is vogelmelk bekend als bolgewas dat – klaargemaakt zoals schorseneren – te eten zou zijn. Ook zijn er berichten uit de oudheid over het vermalen van de bollen om aan het broodmeel toe te voegen. Vandaag de dag schijnt de bol, bereid als gepofte kastanje, te worden genuttigd. Maar het schijnt dat niet alle soorten goed zijn voor de gezondheid. Toch is de Franse vogelmelk, de Ornithogalum narbonense, “aspergette” of “asperge des bois” genoemd, een delicatesse. In de vroege zomer, nog voordat de bloemen uitkomen, worden ze op het platteland in het zuiden van Frankrijk in de schaduwrijke bermen gezocht. De dunne stelen met knopjes worden gewokt en in salades en omeletten toegepast. De bollen zijn voedzaam, ze worden geroosterd en gegeten als een soort kastanje.

Ook de bollen van Ornithogalum pyrenaicum (Bosvogelmelk, Pruisische asperge of Pyreneese Vogelmelk) zijn eetbaar, vergelijkbaar met schorseneer. De stengel met bloemknop wordt op dezelfde manier als asperges gegeten.

De bol van de Ornithogalum umbellatum – rauw of gekookt of gedroogd en gemalen tot een poeder zijn volgens sommige rapporten smakelijk en gezond, toch is enige voorzichtigheid geboden. Bloemen worden gebakken in brood.
Let op: gebruik alleen eetbare bloemen/bollen van gespecialiseerde leveranciers die eetbare bloemen/bollen telen.

GENEESKUNDE ORNITHOGALUM

Van de bollen van Ornithogalum umbellatum wordt een homeopathisch middel gemaakt dat nuttig is bij de behandeling van maagzweren en maagkanker. Ook wordt ze gebruikt in Bach bloesemremedies bij ‘verdriet, wanhoop, teleurstelling, psychische en/of lichamelijke shock, innerlijke verdoving, zwakte, neurose, hartklachten, afsluiten, terugtrekken, nervositeit, heftige menstruatie, onvermogen een traumatische gebeurtenis uit het verleden te verwerken en/of los te laten’. Ze is ook een van de vijf ingrediënten in de ‘Rescue-remedie’.
Allesoverbloembollen kan geen enkele verantwoordelijkheid nemen voor eventuele nadelige effecten van het gebruik van planten. Vraag altijd advies aan een professional voordat u een plant medicinaal gebruikt.

ORNITHOGALUM OP DE CATWALK

Het blad van de Ornithogalum wordt snel lelijk. Plaats haar tussen Alchemilla (vrouwenmantel), Asters, Sedum ‘Herfstfreude’, grassen en tuingeranium zodat dit niet opvalt. De winterharde Ornithogalum doet het goed in verwilderingsperken met onder andere kleine Hosta’s, Vinca minor (kleine maagdenpalm) en Astrantia major (Zeeuws knopje). Ze combineert ook mooi met Allium aflatunense of Alium ‘Purple Sensation’. In het wild groeit ze samen met Ajuga (Zenegroen), Geum urbanum (gewoon Nagelkruid), Anemone nemerosa (bosanemoon), Silene dioica (Dagkoekoeksbloem) en Glechoma hederacea (Hondsdraf).

IN HET VOORJAAR BLOEIENDE ORNITHOGALUM

Soorten met een * zijn te koop in Nederland.

Ornithogalum arabicum

Ornithogalum arabicum*: dit soort is niet winterhard. Ze heeft compacte witte geurende bloemschermen en komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. De bladeren zijn donkergroen en staan in rozetten. Het zwarte vruchtbeginsel springt in het oog door het sterke contrast met de bloembladen. Clusius noemde de bol met uiachtige zachte wortel Veldui van Arabië omdat die in Arabische contreien in het wild groeide en vandaar via Turkije in Nederland belandde. Ze werd in 1629 beschreven, bloeit in juni - juli en wordt 30 – 80 cm hoog.

 

Ornithogalum balansae

Ornithogalum balansae*:wordt ook breedbladige vogelmelk genoemd, maar is ook bekend als ‘Ster van Bethlehem’. Ze is inheems in de Balkan, Georgië en Turkije, werd in 1884 beschreven en is vernoemd naar Benedict Balansa, een Franse botanicus. Ze bloeit met een groot aantal stervormige witte bloemen, met heldergroen aan de buitenkant van de blaadjes. De heldergroene bladeren zijn lijnvormig. Ze bloeit in maart - april en wordt 10 - 15 cm hoog. Ze heeft een voorkeur voor een zonnige plek.
 

Ornithogalum dubium

Ornithogalum dubium*: wordt ook oranje vogelmelk genoemd. Ze bloeit in het wild in Zuid-Afrika en staat op de lijst van bedreigde planten. In Nederland wordt deze plant vooral als kamerplant gehouden. Ze bloeit in trossen van oranje of gele grote bloemen met een bruin/groen hart. Het blad is lineair tot eivormig met minutieus behaarde randen. Ze bloeit in maart - april en wordt 10 - 50 cm hoog. Ze is niet winterhard. Variëteit ‘Ballerina’ is oranje en ‘Sunrise’ geel.
 

Ornithogalum fimbriatum

Ornithogalum fimbriatum:  bloeit in wit met een geel hart, in maart - april en wordt 15 - 20 cm hoog. De naam ‘fimbriatum’ verwijst naar de behaarde bladeren. Deze soort komt oorspronkelijk uit de Balkan en Turkije en bloeit laat in de winter en soms nog een tweede keer in het voorjaar. 

 

Ornithogalum lanceolatum Picture Eitan f CC BY-SA 3.0

Ornithogalum lanceolatum*: dit soort heeft een korte (tot 15 cm) of geen stengel met enkele bladeren plat op de grond, 5 tot 13 stervormige bloemen in wit (groen in de knop) met een groene streep aan de buitenkant van de bloemblaadjes. De bladeren zijn lancetvormig, glanzend heldergroen in een rozet. Oorspronkelijk komt ze uit de dennenbossen, berghellingen en alpine steppenland van Turkije en Israël. Plant haar in augustus, ze bloeit van oktober tot februari.

Ornithogalum magnum Picture Kathleen Sayce

Ornithogalum magnum*: wordt ook reuze vogelmelk genoemd. Ze bloeit langdurig in juni - juli *, in een toorts van witte stervormige bloemen met een groene streep op de achterkant van de bloemblaadjes. De donkergroene bladeren zijn lijnvormig, ze wordt tot 100 cm hoog en werd al in 1935 beschreven. Ze komt oorspronkelijk uit de Kaukasus en verwildert goed, is niet winterhard, dus dek de plant goed af met een dikke laag bladeren, turf of stro. 

Ornithogalum narborense Picture Fiona Dunbar

Ornithogalum narbonense: wordt ook Franse vogelmelk genoemd. De stengel is bezet met zeker 25-75 witte geurloze stervormige omhooggerichte en wijd open bloemen in een aar van 25 cm lang. De blaadjes hebben een groene middenstreep op de achterkant. Het blad is lancetvormig grijs- of blauwgroen. Ze bloeit in mei – augustus* en wordt 40 – 70 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze uit het Middellandse Zeegebied, de Balearen, de Canarische Eilanden, Turkije, Armenië en Noordwest-Iran. Ze is winterhard. Voor de bloemen openen worden ze geplukt en gegeten als een groene asperge. De bollen zijn voedzaam, ze worden geroosterd en gegeten als een soort kastanje. De naam verwijst naar de Franse stad Narbonne.

Ornithogalum nutans

Ornithogalum nutans*: wordt ook knikkende vogelmelk, akkermannekes of nakende mannekes genoemd. Nutans betekent in het Latijn knikken. Deze soort heeft 10-20 knikkende, klokjesvormige, witte bloemen met een groene streep op de achterkant van de bloemblaadjes in een eenzijdige tros (de zonnekant). Ze heeft zachtgroene lange smalle bladeren met een zilveren middennerf. Ze bloeit in maart – mei en wordt 25 – 45 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze voor in het Zuidoostelijke Balkan-schiereiland tussen berggesteente en op grasrijke plaatsen, maar ook in Nederland groeit ze in het wild, kijk in de verspreidingsatlas waar. Ze wordt op grote schaal gekweekt in heel Europa en is al bekend sinds 1594. Ze is een stinsenplant en trekt bijen aan. 

Ornithogalum oligophyllum 'White Trophy' Picture Marcus Mulder

Ornithogalum oligophyllum*komt oorspronkelijk uit de Balkan en West-Turkije waar ze groeit in open naaldbossen en rotsachtige gebieden. Ze bloeit met 2 tot 5 witte bloemen met een gelig/groen hart op een dunne steel van 5-10 cm lang. Ze bloeit in eind februari -april. Ze heeft twee, soms drie, gekartelde bladeren die langer zijn dan de bloeiwijze.

Ornithogalum pyramidale Picture Ivan Medenica CC BY-SA 4.0

Ornithogalum pyramidale*wordt ook Piramide Vogelmelk genoemd. Ze heeft witte stervormige bloemen met een groen hart en een groene streep op de buitenkant van de blaadjes en bloeit in rijke toortsvormige trossen. Het blad is glanzend groen.  Ze bloeit in juni – juli * en wordt 40 – 120 cm hoog. Ze komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa en Klein-Azië, maar komt ook in het wild voor in Nederland, kijk in de verspreidingsatlas waar.

Ornithogalum pyrenaicum Picture Calimo Cc BY-SA 3.0

Ornithogalum pyrenaicum: wordt ook Bosvogelmelk, Pruisische asperge of Pyreneese Vogelmelk genoemd. De zwak geurende bloemen vormen samen slanke, rechtopstaande trossen van 30-50 cm. Ze bloeit geelachtig of groenachtig wit. Dit soort komt oorspronkelijk uit Klein Azië, Europa en Middellandse Zeegebied, maar groeit ook in Nederland in het wild, kijk in de verspreidingsatlas waar. De naam verwijst naar Pyreneeën. Ze bloeit in mei – juli *, wordt 40 – 100 cm hoog en na de bloei blijven de bloemen geopend. De bollen van de plant zijn eetbaar, vergelijkbaar met schorseneer. De stengel met bloemknop wordt op dezelfde manier als asperges gegeten.

Ornithogalum reverchonii Picture Marcus Mulder

Ornithogalum reverchonii*: deze sierlijke plant met tot 20 zuiver witte, hangende, 2 cm grote klokvormige bloemen is inheems in het zuidwesten van Spanje en Marokko, waar ze groeit in spleten in de kalksteenrotsen. Ze bloeit in maart – mei en wordt 50 – 60 cm hoog.

Ornithogalum sigmoideum Picture Oron Peri

Ornithogalum sigmoideum: heeft een groot verspreidingsgebied van Zuidoost-Europa tot Noord-Iran. Ze heeft sessiele (zonder steeltje) bloemaren in wit met een groen hartje en smalle diepgroene bladeren met een witte middennerf. Ze groeit in open velden, vaak in vochtige omstandigheden, en vormt grote kluiten.

Ornithogalum sintenisii: is een van de grotere kortstengelige ornithogalums uit het Middellandse-Zeegebied. Ze bloeit wit en is winterhard tot ten minste -6,5°C.

Ornithogalum trichophyllum Piciture Gideon Pisanty

Ornithogalum trichophyllum: is inheems in het oostelijke Middellandse-Zeegebied, inclusief Cyprus. Ze is gemakkelijk te herkennen aan de filiforme bladeren en de rondachtige witte bloemblaadjes die een zweem van zilvergrijze weerschijn hebben. Ze groeit in halfwoestijn- en woestijnachtige omstandigheden en bloeit in februari-maart.

Ornithogalum umbellatum

Ornithogalum umbellatum*: wordt ook wel gewone vogelmelk genoemd. De naam ‘umbellatum’ verwijst naar de bloemen die in een umbel of scherm verenigd zijn. Ze wordt daarom ook schermbloemige Vogelmelk genoemd en plaatselijk snottebellen. Ze heeft 15-20 stervormige witte bloemen met een groene streep aan de buitenkant van de bloemblaadjes. De bladeren zijn lijnvormig met een witte middennerf. Ze bloeit in april – juni en wordt 10 – 30 cm hoog. Het is een stinzenplant en werd al in 1594 beschreven. Alleen als er voldoende zon is gaan de bloemen open. Bij donker weer sluiten de bloemen zich en laten ze de groene streep op de achterkant van de bloemblaadjes zien. Omdat de bloem zich laat in de morgen als de zon al volop schijnt wijd opent en zich weer sluit met zonsondergang, heeft de vogelmelk in het buitenland namen als eleven o’clock lady, Jack go to bed at noon, sleepydick, nap-at-noon, dove’s dung, belle d’onze heures en dame d’onze heures.(De schrijfster van bestsellers, Susan Wittig Albert, over de belevenissen van de tuinclub voor dames uit de stad Darling in Alabama gaf de vogelmelk de hoofdrol in haar boek “The Darling Dahlia’s and the Eleven O’Clock Lady”, over een gewurgde telefoniste.) Oorspronkelijk komt ze uit Zuid- en Zuid-Midden-Europa, maar ook Noord-Turkije, Cyprus, Syrië en Israël waar ze in het wild voorkomt. In delen van Europa wordt ze gezien als onkruid omdat ze door de diepgeplaatste bollen moeilijk beheersbaar is. Sinds 2017 is ze niet meer wettelijk beschermd in Nederland, kijk in de verspreidingsatlas waar ze in het wild groeit. 

Meer soorten: er zijn veel meer cultivars, maar die zijn niet of nauwelijks te koop. Een aantal is te koop als zaad. O. abyssinicum, O. adanense, O. adseptentrionesvergentulum, O. aetfatense, O. alatum, O. alpigenum, O. amblyocarpum, O. amphibolum, O. amplificatum, O. anamurense, O. anatolicum, O. anguinum, O. annae-ameliae, O. apiculatum, O. arcuatum, O. arianum, O. armeniacum, O. atticum, O. baeticum, O. baurii, O. benguellense, O. bicornutum, O. boissieri, O. boucheanum, O. bourgaeanum, O. brevipedicellatum, O. britteniae, O. broteroi, O. bungei, O. campanulatum, O. capillaris, O. cernuum, O. chetikianum, O. chionophilum, O. ciliiferum, O. collinum, O. comosum, O. concinnum, O. convallarioides, O. corsicum, O. corticatum, O. creticum, O. cuspidatum, O. decus-montium, O. degenianum, O. deltoideum, O. demirizianum, O. diphyllum, O. divergens, O. dolichopharynx, O. dregeanum, O. erichpaschei, O. esterhuyseniae, O. euxinum, O. exaratum, O. exscapum, O. falcatum, O. filicaule, O. fimbrimarginatum, O. fischerianum, O. fissurisedulum, O. flexuosum, O. fuscescens, O. gabrielianiae, O. gambosanum, O. geniculatum, O. gorenflotii, O. graciliflorum, O. gracillimum, O. graecum, O. graminifolium, O. gregorianum, O. gugliae, O. gussonei, O. haalenbergense, O. hajastanum, O. hallii, O. hispidulum, O. hispidum, O. hyrcanum, O. imereticum, O. immaculatum, O. improbum, O. inclusum, O. iranicum, O. iraqense, O. isauricum, O. joschtiae, O. khuzestanicum, O. kuereanum, O. kurdicum, O. leeupoortense, O. libanoticum, O. lithopsoides, O. longicollum, O. luschanii, O. lychnite, O. macrum, O. malatyanum, O. mater-familias, O. mekselinae, O. monophyllum, O. munzurense, O. mysum, O. nallihanense, O. namaquanulum, O. nanodes, O. navaschinii, O. naviculum, O. neopatersonia, O. neurostegium, O. nivale, O. niveum, O. nurdaniae, O. ocellatum, O. oreoides, O. orthophyllum, O. ostrovicense, O. paludosum, O. pamphylicum, O. pascheanum, O. pedicellare, O. pendens, O. perdurans, O. persicum, O. pilosum, O. polyphyllum, O. prasinantherum, O. puberulum, O. pullatum, O. pumilum, O. pycnanthum, O. rausii, O. refractum, O. rogersii, O. rotatum, O. rupestre, O. samariae, O. sanandajense, O. sandrasicum, O. sardienii, O. sephtonii, O. sessiliflorum, O. sorgerae, O. spetae, O. sphaerocarpum, O. sphaerolobum, O. subcoriaceum, O. sumbulianum, O. synadelphicum, O. tanquanum, O. tardum, O. thermophilum, O. thunbergii, O. transcaucasicum, O. tropicale, O. ulixis, O. uluense, O. umbratile, O. vasakii, O. verae, O. visianicum, O. wiedemannii, O. wildtii, O. woronowii en O. zebrinellum.

Ook benieuwd naar de zomerbloeiende Ornithogalum. Kijk HIER.

* De naam voorjaarsbloeiende is verwarrend. Hiermee wordt bedoeld dat de bollen in het najaar geplant moeten worden en dat het gewas winterhard is. Maar de bloeiperiodes verschillen per soort, van vroeg in het voorjaar tot in de late zomer. Kijk dus goed na wat de bloeiperiode is als je een soort wilt determineren of wilt combineren met andere gewassen. Laat je niet in de war brengen door de term voorjaarsbloeiend.