Vermeerderen en Verwilderen

Galanthus verwilderingVermeerderen of verwilderen, wat is het verschil? Hoewel de consument ieder najaar wordt uitgedaagd nieuwe voorjaarsbollen te planten, kunnen veel bloembollen worden vermeerderd. Daarnaast kunnen veel bolgewassen als meerjarig worden behandeld. Ze komen het volgende voorjaar terug en kunnen zich vermeerderen. De ene bol is beter geschikt dan de ander voor dit proces dat we verwildering noemen, maar daar moeten ze wel de mogelijkheid toe krijgen. Met deze verwilderingstips moet het lukken. Naast verwilderingsbollen zijn er ook enkele bloembollen die ‘stinzenplant/stinzenbol’ worden genoemd. Lees meer informatie onder het kopje Stinzenplanten.

VERMEERDEREN BLOEMBOLLEN

Bloembollen kunnen op verschillende manieren worden vermeerderd: via generatieve vermeerdering en via vegetatieve vermeerdering. Generatieve vermeerdering is via zaad en vegetatieve vermeerdering via broedbolletjes. Bij tulp heet dat zijbollen, bij narcis spanen, bij lelies schubben, bij dahlia stekken, bij krokus en gladiool kralen en bij hyacint hollen. Wortelstokken worden vermeerderd door die in stukken te snijden waarbij ieder stuk wel een oog moet hebben. Alleen via vegetatieve vermeerdering is het mogelijk een nieuwe partij bloembollen te telen met hetzelfde uiterlijk en eigenschappen als de oorspronkelijke bloembol.
Een aantal van de kleine voorjaarsbloeiende bloembollen verwilderen eenvoudig door zaad of broedbolletjes (zie verwilderingstips).

Zaad

Anemone blanda, Eranthis, Chionodoxa, Puschkinia, Scilla, krokus, winterakoniet, sneeuwklokje, irissen en Tigridia vormen geen of bijna geen zijbollen, maar kunnen worden vermeerderd via zaad. Hiervoor is geduld nodig, want bloembollen kweken uit zaad duurt lang. Zaden van botanische soorten komen soortecht terug, maar uit zaden van gecultiveerde soorten is het niet zeker wat er gaat bloeien. Zodra de bloemblaadjes verdroogd zijn, moet het zaad verzameld worden. Het zaad direct planten in een laagje zaaigrond, afgedekt met fijn split. De aarde vochtig houden. Het kan tot het volgende voorjaar duren tot het zaad ontkiemt. In het tweede jaar kunnen de jonge bolletjes worden uitgeplant. Afhankelijk van het soort kan de bloei nog jaren op zich laten wachten. Tigridia is een zomerbloeiend bolgewas en vorstgevoelig. De gevormde knolletjes worden na het eerste teeltseizoen in het najaar gerooid en in april/mei weer uitgeplant.

Broedbolletjes afnemen

Blauwe druifjes, narcissen, tulpen, boshyacinten en sierui vormen naast de hoofdbol kleine bolletjes, ook wel broedbolletjes, bijbollen of knolknoppen genoemd. Graaf de planten uit en verwijder deze bolletjes voorzichtig om opnieuw uit te planten. Na 2 tot 3 jaar bloeit de bloembol weer.

ParterenParteren

Narcis en Hippeastrum kunnen worden vermeerderd door parteren: snijdt de bloembol met een scherp mes in parten van de neus naar de wortels. Zorg ervoor dat aan elk deel een stuk van de ‘bodemplaat’ zit. Stop de stukken in een heldere plastic zak die iets lucht doorlaat met vochtig zand of vermiculiet (kleimineraal) en bewaar op een donkere en koele plek. Parteren kan aan het begin van de rustperiode zodra het blad is afgestorven. Na enkele weken zijn er nieuwe bolletjes gevormd die na ongeveer 12 weken in een potje gezet kunnen worden (let op: met bodemplaat onderin). Plant het bolletje 1 cm diep en hou de grond redelijk droog. In het najaar de bolletjes in de volle grond planten. Er is onderzoek gedaan naar parteren bij Chionodoxa, Eucomis, Galanthus, Galtonia, Haemanthus, Lachnenalia, Muscari, Scilla, Ornithogalum en Veltheimia.

Pollen delen

Krokussen, sneeuwklokjes, blauwe druifjes, narcissen, tulpen, boshyacinten, zomerklokjes en sierui kunnen worden vermeerderd door het delen van grote pollen. Haal de pol direct na de bloei uit de grond en trek de bolletjes los. Deze bolletjes opnieuw planten in kleine groepjes. Let op dat ze op dezelfde diepte geplant worden, het witte deel van de stengel moet onder de grond zitten. Na de bloei groeit het blad nog door om voedsel aan te maken dat in de bol wordt opgeslagen. Dit is een goed moment om bij te mesten.

Vermeerderen door weefselkweek

Naast al deze methoden is er nog een vegetatieve vermeerderingsmethode: weefselkweek in een laboratorium. In korte tijd is het mogelijk een groot aantal identieke nakomelingen te verkrijgen. In een laboratorium worden boldelen onder steriele omstandigheden in kleine partjes gesneden en op een speciale voedingsbodem geplaatst in een bakje of buisje. De voedingsbodem bevat groeistoffen die de vorming en groei van bolletjes stimuleren. Dit alles vindt plaats in speciale klimaatcellen. Het voordeel van weefselkweek is dat de planten ziektevrij zijn.

Vermeerderen Hyacint

Hyacinten worden vermeerderd door de bolschijf uit te hollen en die te voorzien van een schimmelwerend middel. Bewaren bij tenminste 20 graden met het uitgeholde deel naar boven op enigszins vochtig zand. Op het uitgeholde deel gaan kleine bolletjes groeien.

Vermeerderen Lelie

Leliebollen kunnen worden vermeerderd door in de rustperiode (laat in de zomer) enkele schubben met een klein stukje van de bolschijf (kant waaruit de wortels groeien) af te breken. Voorzie deze van een schimmelwerend middel en bewaar ze in een mengsel van perliet, turfmolm en lucht voor 2 tot 3 maanden bij een temperatuur van tenminste 20 graden op een donkere plaats. Na een koele periode van 1,5 maand neemt de groei van kleine bolletjes toe. Deze kleine bolletjes kunnen apart worden opgekweekt. Daarnaast vormt de lelie bij de aanhechting van de bladeren kralen (kleine bolletjes) die gebruikt kunnen worden voor vermeerdering.

Vermeerderen Zantedeschia

Zantedeschia maakt geen zijknollen aan en kan worden vermeerderd door een variant op parteren. Op de knol zitten naast de hoofdknop meerdere slapende knoppen die normaal niet uitlopen. Snijdt de knollen in repen of stukken met een slapende knop die nu zal uitgroeien.

Vermeerderen Dahlia

Dahlia’s worden vermeerderd door stekken. Plant de geoogste dahliaknollen in december in een koude kas in een dunne laag grond. Dit noem je opleggen. Vanaf eind januari de kastemperatuur verhogen waardoor de ogen op de stengel uitlopen tot stekken. Zodra de stekken ongeveer 10 cm lang zijn, ze van de knol halen en in zand planten, waardoor de wortels worden gevormd. Vanaf mei de bewortelde stekken buiten planten.

VERWILDEREN BLOEMBOLLEN

Natuur

Ze moeten op de juiste plek staan en de tijd krijgen zich te ontwikkelen, zich uit te breiden, zaad te verspreiden. Het verwijderen van uitgebloeide bloemen zorgt wel voor een keurig perk, maar verhindert zaadvorming. Het blad moet de tijd krijgen af te sterven, want zo krijgt de bol na de uitputtende bloei nieuwe energie. Ook bladafval van omringende houtige gewassen moet niet te ijverig worden verwijderd want het kan dienst doen als bescherming tegen extreme weersomstandigheden.

Bollen en knollen moeten zich dus optimaal kunnen ontwikkelen om zich vervolgens in alle rust te kunnen terugtrekken. Dat kan wel eens wat ongeduld opleveren bij verzorging van grote groepen krokussen in gazons. Immers krokussen houden van grasvelden die doorgaans droog zijn in de rustperiode van de bol. En wij houden van krokussen in het gras, maar na de spetterende bloei in het nog doodse winterse gras, volgt een periode van geler wordend blad van het bolgewas, terwijl het gras weer begint te groeien. De eerste maaibeurt zal dan toch met een boog om de bloembollen heen moeten gaan, anders moeten er ieder najaar weer nieuwe bollen worden gepoot.

Samenvattend: na de bloei neemt de bladontwikkeling van een bol- of knolgewas dus sterk toe om de bol energie te leveren en wordt tevens zaad gevormd dat ruimschoots de gelegenheid moet krijgen uit te rijpen. De zaden die van enkele gewassen, zoals Chionodoxa, Scilla e.z. tussen de planten vallen zullen daar een goede voedingsbodem vinden om te kiemen met als gevolg een toename van het aantal en op den duur dus ook aanzienlijk meer bloemen. Spitten in een perk met verwilderingsgroen is sterk af te raden.

Eranthis verwilderd

Geschikte plek en combinaties

Geschikte plekken in de tuin om verwilderingsbollen te planten zijn onder loofbomen of bladverliezende struiken, in grasvelden en weides, tussen vaste planten in borders, tussen lage bodembedekkers zoals Lelietje der Dalen, Dovenetel of Maagdepalm.
Combineer verwilderingsbollen met vaste planten of grassen zoals Alchemilla mollis, Bergenia-soorten, Epimedium, Geranium, Helleborus, Heuchera, Hosta, Lamiastrum, Symphytum, Tellima, Tiarella, Vinca minor en Waldsteinia. Ze komen ook mooi uit als onderbeplanting van grotere heesters of bomen.
De volgende soorten verwilderen goed omdat ze gemakkelijk uitzaaien. Het duurt wel een aantal jaar voor de bollen een bloeibare grootte hebben bereikt:
Allium flavum, Allium paradoxum, Allium ursinum, Chionodoxa (alle soorten), Corydalis (alle soorten), Crocus tommasinianus, Hyacinthoides non-scripta en Scilla (alle soorten).

Uitdaging

Hoewel leveranciers van bloembollen de consument willen verleiden tot jaarlijkse aankoop, laten ze toch onderzoeken hoe u langer dan één seizoen van uw bloeiende tuin kunt genieten. Door uitgebreid onderzoek is men tot de conclusie gekomen dat veel bloembollen geschikt zijn voor meerjarenbloei mits geplant in een lichte en zonnige omgeving. Uiteraard zijn dat de bekende krokus, scilla, allium en narcis. Daarnaast zijn hyacinten zoals ‘Pink Pearl’, ‘White Pearl’ en ‘Delfts Blauw’ zeer geschikt. Bij de tulpen zijn enige botanische cultivars geschikt zoals turkestanica, tarda, linifolia, ‘Cape Cod’ en ‘Candela’. Maar ook langstelige tulpen zoals ‘Ad Rem’, ‘Don Quichotte’, ‘Golden Apeldoorn’ en ‘Parade’.

Voor de verwildering van bloembollen komen een aantal specifieke, voor dit doel zeer geschikte, plaatsen in aanmerking. Openbaar groen, een landgoed, een bedrijfsterrein, grasvelden, bermen, groenstroken, al dan niet open of omlijst met bos en hagen of heestergroepen. Maar ook kleinschaliger, in de particuliere tuin, waar het groen nog niet hoefde te wijken voor betegeling.

Gedacht kan worden aan Allium ursinum, Anemone nemorosa (bosanemoon), Anemone ranunculoides, Erythronium des-canis, Corydalis solida, Arum italicum, Fritillaria meleagris (Kievitsbloem), Galanthus (Sneeuwklokje), Hyacinthoides non-scripta, en Ornithogalum umbellatum.

Voor een minder natuurgetrouwe beplanting komen uiteraard vele andere soorten in aanmerking. Denk aan de Anemone blanda, die zowel in gemengde kleuren als afzonderlijk in de kleur lila, wit en blauw, aangeboden wordt. De wilde hyacint kan bijvoorbeeld gemakkelijk vervangen worden door de Spaanse hyacint. In sommige gevallen zal blijken dat de exotische soorten zich beter zullen handhaven dan de inheemse. De uitdaging is en blijft het zelf proberen en dan trots zijn op het resultaat.

Grondbewerking 

Het woord verwildering kan het idee geven dat we de natuur de vrije hand moeten geven. Maar elk gewas moet voor het gewenste resultaat in optimale omstandigheden vertoeven, dus we ontkomen niet aan aanpassing en verrijking van de grond. Alvorens tot planten over te gaan dient nagegaan te worden in hoeverre het perceel geschikt is voor de verwildering van bloembollen. Waterhuishouding, humusgehalte en zuurgraad (pH) spelen hierbij een belangrijke rol. Blijkt de drainage niet goed te functioneren, dan moet dit verholpen worden. Het humusgehalte wordt verhoogd door het aanbrengen van organische meststoffen en/of compost. Die zijn ook geschikt voor de zwaardere leem en kleigronden. De pH, die om en nabij de 6 -6,5 moet liggen, kan verhoogd worden door het opbrengen van kalk of verlaagd worden door het toevoegen van turfmolm.

Een bemesting op maat voorkomt dat planten verzwakken en gevoelig worden voor ziekten en plagen. Goede bemesting eens per jaar, bij voorkeur na de bloei, verbetert niet alleen de bodem en de groei en bloei maar kan bovendien het gebruik van bestrijdingsmiddelen vrijwel onnodig maken. Gedacht kan worden aan:

  • organische meststoffen, zoals compost en dierlijke mest;
  • natuurlijke meststoffen als aanvulling op organische mest (beendermeel, fosfor, kalk, zoals maërl enz.).

Maar bij verwildering moet in principe worden uitgegaan van een juiste standplaats waar de natuur in balans is. Pas na een aantal verschijnselen (vaak zichtbaar in het blad van planten) waaruit een tekort aan een bepaalde voedingsstof blijkt, is gebruik van aanvullende meststoffen een aanbeveling.

Gazon met verwilderingsbolletjesMaaien 

Terugkomend op de grasvelden en bermen waarin voorjaarsbloemen zijn geplant, streven we ernaar pas te maaien als de bovengrondse delen van de bol geheel zijn afgestorven, als regel 6 tot 8 weken na de bloeiperiode. Het is de moeite waard deze periode in acht te nemen om zo het volgende voorjaar weer te genieten van de bloeiende sneeuwklokjes, krokussen, Chionodoxa, Scilla siberica en vroegbloeiende narcissen.

STINZENPLANTEN

Enkele bloembollen worden naast verwilderingsbol ook wel ‘stinzenplant/stinzenbol’ genoemd. Stinzenbollen zijn bollen die in de 15e eeuw uit verre oorden naar Nederland werden gehaald om op buitenplaatsen (stinzen) te planten. Het zijn vooral de voorjaarsbloeiende bloembollen die als stinzenplant worden aangeduid. Ze zijn goed ingeburgerd in Nederland en verwilderen makkelijk. De term stinzenplant is afgeleid van het Friese woord ‘stins’ dat steenhuis betekent. De eerste stinsen waren niet meer dan een vierkante stenen wachttoren naast een houten huis of boerderij. In de middeleeuwen was baksteen een schaars en duur product, alleen de landadel kon het zich veroorloven een stins te laten bouwen. De meeste stinzen zijn tussen 1200 en 1400 gebouwd als een versterkt stenen huis in de vorm van een toren. Later hebben veel van deze stinzen zich ontwikkeld tot landgoederen.

Huis Leyduin, VogelenzangWaar zijn stinzenplanten nog te vinden?

Stinzenplanten komen vooral voor op de stinzen in Friesland (zie http://www.statenstinzen.nl/staten-en-stinzen/ voor een overzicht van de stinzen in Friesland), maar komen ook voor op andere buitenplaatsen zoals: Coendersbos in Nuis (Groningen), Iwema Steenhuis in Niebert (Groningen), Landgoed Leyduin in Vogelenzang (Noord Holland), Sypesteyn in Loosdrecht (Utrecht), Landgoed Hackfort in Vorden (Gelderland), Landgoed Elswout in Overveen (Noord Holland) en kasteel Nijenrode in Breukelen aan de Vecht (Utrecht).

Stinzen soorten

Tegenwoordig worden de volgende soorten gezien als stinzenbol: Allium ursinum, Anemone blanda ‘Blue Shades’, Anemone nemerosa, Anemone nemerosa ‘Robinsoniana’, Anemone nemerosa ‘Vestal’, Anemone ranunculoides, Arum italicum, Arum maculatum, Chionodoxa forbesii, siehei, Chionodoxa sardensis, Colchichum autumnale, Corydalis solida, Crocus tommasinianus, Eranthis hyemalis, Fritillaria meleagris, Galanthus elwesii, Galanthus nivalis, Galanthuis nivalis ‘Flore Pleno’, Hyacinthoides non-scripta, Leucojum aestivum, Leucojum vernum, Muscari botryoides, Muscari comosum, Muscari latifolium, Narcis pseudonarcissus lobularis, Narcis pseudonarcissus obvallaris, Narcis poeticus recurvus, Ornithogalum nutans, Ornithogalum umbellatum, Scilla bifolia, Schilla siberica en Tulipa sylvestris.
In de 17e eeuw waren dat: Galanthus nivalis, Leucojum vernum, Leucojum aestivum, Muscari botryoides, Narcissus jonquilla, Narcis pseudonarcissus, Ornithogalum soorten en Scilla bifolia.
In de 16e eeuw waren dat: Leucojum vernum en Scilla bifolia.

Waar en wanneer groeien stinzenplanten?

Op de website van Stinze-Stiens is een stinzenflora-monitor (https://www.stinze-stiens.nl/stinzenflora-monitor/) te vinden. Dat is een hulpmiddel om te zien waar, wanneer welke soort stinzenplant bloeit. Deze monitor beperkt zich voorlopig tot een beperkt aantal historische terreinen in Fryslân, en één in Gelderland met een fraai ontwikkelde stinzenflora. Op de website https://www.verspreidingsatlas.nl/vaatplanten is te zien welke soorten waar in het wild voorkomen in Nederland.

Stinzenflora app

Begin dit jaar is een nieuwe stinzenflora app gelanceerd. Deze gratis app geeft een compleet overzicht van de Nederlandse stinzenplanten. De app is gemaakt met Stinzenflora kenner Heilien Tonckens en heeft prachtige foto’s van Natuurfotograaf Wil Leurs. De Stinzenflora app is ontwikkeld met financiële bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds Friesland en de Douwe Kalma Stichting en met medewerking van de Friese Vereniging voor Veldbiologie (FFF). De Stinzenflora app is gratis te downloaden in Google Play via de link Stinzenflora app: https://play.google.com/store/apps/details?id=nl.nature2u.stinzeapp .

Meer lezen en kijken over stinzenplanten?

Lees een interessant artikel van Trudi Woerdeman op http://dewarande.nl/publicaties/StinzenplantenTuinhistorie-T.Woerdeman-2009.pdf. Maar ook op http://www.stinsenplanten.nl/, https://www.stinze-stiens.nl en http://www.stinzenflorafryslan.nl/ is veel informatie te vinden.
In 2017 heeft het TV programma ‘Binnenste Buiten’ een item uitgezonden over stinzenplanten. Bekijk hier het filmpje: https://binnenstebuiten.kro-ncrv.nl/fragmenten/stinzenplanten-in-stiens.