Planten bloembollen

Planten bolgewassen

Hoe, waar, wanneer plant je bloembollen, knollen en wortelstokken en wanneer kun je dan genieten van een prachtig bloeiende tuin of potten op terras of balkon. Voordat je gaat planten moet je eerst weten wat je wilt planten en waar. Kijk op onze ‘soorten pagina om inspiratie op te doen, check de Plant-en-bloei-kalender en creëer door wisselende bloeiperiodes steeds fraaie kleurvlakken. Check ook of het soort dat je gekozen hebt wel goed groeit in het gebied waar je woont (winterhardheid). Als laatste controleer je of de grond van de plek in de tuin waar je wilt planten wel geschikt is. Ideeën voor beplantingen vind je op onze inspiratiepagina.

Op deze website maken we verschil tussen de bloembol, knol en wortelstok, maar in het algemeen praten we over bolgewassen.

Grondbewerking
Bolgewassen houden van voedselrijk, goed gedraineerde grond. Het toevoegen van goed verteerde bladcompost bevordert de groei. Kleigrond verbeter je door het toevoegen van zand. Te zware grond is namelijk niet waterdoorlatend waardoor de bollen, knollen en wortelstokken kunnen rotten. Arme zandgrond verbeter je door het toevoegen van betoniet. Dat is een kleimineraal dat water en voedingsstoffen bindt en zorgt voor een goede uitwisseling van voedingsstoffen tussen water en plant. Meng bij het planten door de bodem tot ongeveer 20 cm onder de bol. Er zijn ook soorten die houden van zandgrond, zoals veel van de voorjaarsbloeiende bolgewassen. Ze groeien oorspronkelijk op de speciale zandgronden langs de kust, de geestgronden. Bolgewassen die oorspronkelijk in het bos groeien, houden van zure, vochtige vruchtbare grond. De pH (zuurgehalte) van de grond dient nabij de 6 – 6,5 te zijn. Dit kan worden verhoogd door het toevoegen van kalk of verlaagd door het toevoegen van turfmolm. 

Bloembollen plantenBolgewassen planten, hoe doe je dat?

  • plant ze zo snel mogelijk na de koop. Lukt dat niet, bewaar ze dan met zorg;
  • maak de aarde los op de plaats waar je ze wil planten;
  • verbeter als nodig de grond (zie hierboven);
  • graaf een gat en plant hierin de bloembollen met de punt omhoog en de bolle kant omlaag, knollen met de worteltjes omlaag en wortelstokken met het groeioog omhoog;
  • plant op de juiste plek (zon, schaduw, halfschaduw), in de juiste grond en zorg altijd voor een goede drainage om rotten te voorkomen. Kijk bij het betreffende soort op onze soorten pagina voor meer informatie of kijk op de verpakking;
  • plant op het juiste tijdstip: vroegbloeiende voorjaarsbloeiende soorten zoals Sneeuwklokje, Winterakoniet, Krokus en Hondstand eind september/begin oktober en de overige voorjaarsbloeiers als de temperatuur onder de 10°C zakt vanaf half oktober totdat de grond bevroren is, zomerbloeiende soorten in het voorjaar als de kans op nachtvorst is geweken en herfstbloeiende soorten in de zomer;
  • de regel voor de plantdiepte van de bloembol en knol is 2 tot 3 keer zo diep als de maximale diameter van de bloembol of knol, de plantdiepte voor de wortelstok is verschillend. Het is beter ze dieper te planten dan ondieper. Als de grond erg droog is, sowieso wat dieper planten. Enkele zomerbloeiende gewassen moeten echter niet te diep geplant worden. Ze verliezen dan te veel kracht om boven de grond te kopen. Echter, als ze te ondiep geplant zijn, kunnen ze uitdrogen. Kijk bij het betreffende soort op onze soorten pagina voor meer informatie of kijk op de verpakking;
  • de onderlinge plantafstand tussen de bloembol en knol is plm. 3x de breedte van de bol: bij grote bollen en knollen ongeveer 12 cm, kleine bollen en knollen 5 tot 7 cm. Dit is ook afhankelijk van het gewenste effect in de tuin: een natuurlijk effect of strakke lijnen. Kijk bij het betreffende soort op onze soorten pagina voor meer informatie of kijk op de verpakking;
  • dek indien nodig de geplante bollen, knollen en wortelstokken af met een laag mulch of takken;
  • eigenlijk kan er niets fout gaan want zelfs onderste boven geplant, komen bollen nog boven de grond. Bedek de bollen met aarde en geef water, als de grond erg droog is.

voorjaarsmix Narcissus 'Minnow', Puschkinia scilloides en Scilla siberica 'Spring Beauty'Voorjaarsbloeiende bolgewassen plant je in het najaar en geef je direct na het planten water, dit bevordert de wortelgroei. Hoe eerder ze wortels vormen, hoe beter ze bestand zijn tegen de kou en de vorst.

Zomerbloeiende bolgewassen plant je in het voorjaar zodra de kans op nachtvorst is verdwenen. Geef direct na het planten veel water en houd de grond vochtig.

Herfstbloeiende bolgewassen plant je in de zomer. Geef direct na het planten veel water en houd de grond vochtig.

UITZONDERINGEN: De naam voorjaarsbloeiend is verwarrend. Hiermee wordt bedoeld dat de bollen in het najaar geplant moeten worden en dat het gewas winterhard is. Maar de bloeiperiodes verschillen per soort, van vroeg in het voorjaar tot in de late zomer. Kijk dus goed na wat de bloeiperiode is als je een soort wilt determineren of wilt combineren met andere gewassen. Laat je niet in de war brengen door de term voorjaarsbloeiend.

Daarnaast zijn er zomerbloeiende bloembollen die in het najaar worden geplant, maar in de zomer bloeien.