Gladiool

Gladiool

 Gladiool is familie van de Iridaceae
 Populaire naam: Zwaardlelie
 Bloemkleur: bijna alle kleuren die je kunt bedenken
 Bloeiperiode: juli – september

 Toepassingen: borders, bloembed, tuin, bloemsierkunst

bol-knol-wortelstok Plantlocatie: zon plantdiepte plantafstand groeihoogte verwildering snijbloem blanco
 Knol Zon 10 cm 12 cm 50 – 100 cm Vermeerdert Bloemsierkunst  

NAAM EN HERKOMST GLADIOOL

Van nature komt ze voor in Zuid-Europa, Azië, West en Zuid Afrika en er zijn wel 260 soorten bekend. Daarvan komen er zeker 150 in Zuid Afrika voor. Deze soorten zijn de ouders van de huidige gladiolen. De teelt in Nederland begon in 1600. De eerste beschrijving dateert van Clusius in 1570. Pas 2 eeuwen later werd ze verder ontwikkeld. De knollen kwamen echter in kleine hoeveelheden op de markt. Door de hoge prijzen waren ze alleen beschikbaar voor rijke mensen. In 1912 werd voor 85 knollen en 275 kralen van ‘Glory of Noordwijk’ 20.000 gulden betaald. Vanaf die tijd heeft de teelt en handel in Nederland zich zodanig ontwikkeld dat de Nederlandse gladiool in de hele wereld aan de top staat. De botanische naam, Gladiolus, in het Latijn gladius, betekent zwaard. Dit verwijst ook naar de zwaard- en waaiervormige bladeren. In de tijd van Karel de Grote werd het gewas al gekweekt. Niet als sierplant maar om te dienen als amulet. Dit amulet werd in oorlogen gedragen door de soldaten en zou de bezitter vrijwaren van dolkstoten en beschermen tegen andere letsels. Het geloof slaat wellicht op de netachtige, taaie huid van de bollen. In de Harz, Duitsland, was het geloof dat een meisje die op 15 augustus de knol vond nog in hetzelfde jaar een bruidegom kreeg. Er wordt ook wel naar haar verwezen als de ‘twaalf apostelen’, omdat ze meestal 12 bloemen heeft.

KLEUREN EN VORMEN GLADIOOL

Ze bloeit in een ongekend aantal kleuren met klokvormige, smalle of brede bloemen en in hoogtes van 20-30cm tot 100 cm, geurend en niet geurend. De bloemen bloeien aan weerszijden van de stengel. De bladeren zijn zwaardachtig. De belangrijkste hybridegroepen zijn verkregen door het kruisen van vier of vijf soorten. Er wordt onderscheid gemaakt in twee hoofdgroepen:
Grootbloemige gladiolen: met grote bloemen en een hoogte van meer dan 100 cm. Worden onderverdeeld in;
Butterfly gladiolen: de bloemen hebben licht golvende randen. Ze werd in 1951 door Konijnenburg en Mark op de markt gebracht. Ze worden 1m hoog, maar hebben kleinere bloemen dan de grootbloemige soorten. Karakteristiek zijn de meest gekruiste en gevouwen bloembladen en interessante kleurcombinaties, vaak zijn de binnenste bloembladen anders gekleurd dan de buitenste.
Primulinus gladiolen: Ze worden 60-80 cm hoog. Dit is een van de ouders die de ontwikkeling van de gladiolen heeft beïnvloed. Van oorsprong groeit deze soort in waterrijke gebieden, ze was thuis bij de grootste waterval ter wereld, de Victoria Falls. Hier groeit ze als Maid of the Mist. De plant is smal en het bovenste bloemdekblad is als een beschermkapje over de meeldraden heen gegroeid. Karakteristiek is de mooie helder gele kleur.
Kleinbloemige gladiolen: met kleinere bloemen en minder hoogte. Worden onderverdeeld in:
Colvillii Alba: is een van de oudste nog steeds in cultuur zijnde klein bloemige gladiool. Het is een kruising tussen de botanische tristis en cardinalis, officieel geregistreerd in 1855 maar al beschreven in 1823. Ze is gekruist door de Engelse veredelaar James Colvill van het bedrijf Colvill & Son een toonaangevende kwekerij in de UK van 1777 tot 1834.
Nanus: het is onduidelijk uit welke ouders deze hybride is ontstaan, maar in het Latijns betekent nanus klein.
Tubergenii: is één van de vroegste soorten en genoemd naar de veredelaar, Van Tubergen.

SYMBOLIEK GLADIOOL

De bloem staat voor karaktersterkte, reeds gewapend, kracht, overwinning en trots. Deze betekenis gaat terug tot de Romeinse tijd, toen gladiatoren in de arena vochten. Als de gladiator won, werd hij bedolven onder gladiolen. In de wielersport kennen we nu nog de term ‘de dood of de gladiolen’ en de deelnemers van de Vierdaagse krijgen na het behalen van de finish een bos gladiolen.

KOPEN GLADIOOL

Koop in het voorjaar stevige, dikke knollen. Kies de dikste die er te koop zijn. Koop nooit knollen die zacht aanvoelen of symptomen van schimmels of meeldauw vertonen. Koop ook geen knollen die al uitlopen. Meer kooptips.

PLANTEN GLADIOOL

Plant de knollen in april als er geen vorst meer dreigt op een zonnige, warme plek in voedselrijke en goed doorlatende grond. De knollen kunnen niet tegen stilstaand water en hebben veel voedingsstoffen nodig. Voor een bloembed, de gladiolen in rijen planten zodat ze makkelijk te snijden zijn. Meer planttips.

VERZORGING GLADIOOL

De grond vochtig houden en de hogere soorten ondersteunen. Zodra de bloemen beginnen te bloeien, een volledige meststof door de grond werken. Ze is niet winterhard, dus in het najaar de knollen opgraven, schoonmaken en in turf vorstvrij bewaren tot het voorjaar.

VERWILDERING/VERMEERDERING GLADIOOL

Vermeerderen is mogelijk door het winnen van de zaden uit de bloemen, door het verzamelen van de nieuwe knollen, de onderste delen van de stengel die op bollen lijken of de kralen, de kleine, secundaire knollen die aan de hoofdknollen groeien.

CULINAIR GLADIOOL

In Afrika werd de knol geroosterd gegeten. De variant die we nu kennen, is niet te eten. Plinius heeft in het 17e kapittel van zijn 21ste boek het volgende geschreven: ‘onder het getal van de bollen of lookbollen rekenen sommige ook de wortel van den Cypirus, dat is Gladiolus, deze wortel is zoet van smaak en gekookt wordt het bij het brood gemengd en gekneed en daardoor wordt dat brood veel lieflijker, beter van smaak en zwaarder van gewicht’. Theophrastus schrijft dat de wortel van Phasganon of Gladiolus gekookt zoet van smaak is en gestampt en met het meel vermengd het brood zoet en onschadelijk maakt als we boven ook uit Plinius verhaald hebben.

MEDISCH GLADIOOL

In het verleden werd ze gebruikt voor:
• Door de wortel met wijn en wierook op wonden te leggen werden stekende dingen (pijlen, nagels, splinters, doornen) uit de wond verdreven;
• In Italië werden de knollen gebruikt tegen kropzweren;
• Het poeder van de knol werkte goed tegen allerlei zwellen en klieren;
• De knol zou blaas-, darm- en buikproblemen oplossen;
• De Hoogduitsers gebruikten het om bloed te stelpen;
• De bladeren werden gebruikt tegen gezwollen amandelen en andere gezwellen in mond en hals;
• Op blaren en andere ‘gaten’ in het lichaam kon men een mengsel smeren van zes ons wortel van Gladiolus, zes ons zetmeel, twee kroezen azijn, vossenvet drie ons en met wijn gemengd;
• Het sap van wortel werd ook gebruikt bij hoofdpijn. Vroeger geloofde men dat hoofdpijn veroorzaakt werd door boze demonen die klein in het hoofd gekropen waren en bij het groter worden eruit wilden. Ze maakten dit kenbaar door te bonken;
• Als amulet gedragen zou ze behoeden voor de pest en epileptische krampen;

BLOEMSIERKUNST GLADIOOL

Voor de vaas gladiolen pas snijden als er een of twee bloemen zijn geopend. Met deze tips geniet u langer van de bloemen:
* Zorg dat de bloemen zo snel mogelijk na aankoop in water staan.
* Zet de gladiolen in een schone vaas in kraanwater.
* Voeg snijbloemenvoeding aan het water toe voor een langere houdbaarheid.
* Snij de stelen 3 tot 6 cm met een scherp mes schuin af.
* Zorg ervoor dat er geen bladeren in het water hangen.
* Vul de vaas elke dag bij met water.
* Zet de gladiolen op een koele plek en nooit dicht bij de verwarming, op de tocht, in direct zonlicht of in de buurt van fruit.

CULTIVARS GLADIOOL

Grootbloemige: ‘Black Jack’ (donker rood), ‘Zizanie’ (rood met wit), ‘Peter Pears’ (oranje), ‘Green Star’ (groengeel)
Butterfly: wordt meestal in een mix verkocht.
Primulinus: ‘Atom’(rood met witzilveren rand), ‘Mirella’ (oranjerood),
Kleinbloemige: ‘Borcelly’ (crème met donkerrood en geel), ‘San Siro’ (diep rood met beetje paars en wit)
Colvillii: ‘ Alba’ of ‘The Bride’ (wit)
Nanus: ‘Nymph’ (wit met rode cirkels op het bloemblad), ‘Nathalie’ (roze rood)
Tubergenii: ‘Charm’ (roze), ‘Charming Lady’ (roze)

Gladiool Callianthus: wordt ook wel Abbesijnse of Ster gladiool genoemd. In het verleden werd dit soort onder de ‘Acidanthera’ geplaatst, maar tegenwoordig onder de Gladiool. In het Grieks komt Acidanthera van akis: een punt en anthera: een helmknop, het is een verwijzing naar de gehoornde helmknoppen. Oorspronkelijk komt ze uit Abessinie dat nu bekend is als Ethiopië, vandaar de naam Abbesijnse gladiool. Pas in 1930 kwam dit soort aan in Engeland. De bloemen groeien aan hoge stengels en bloeien in wit met een diep purperen keel. De bloemen zijn tweezijdig symmetrisch en vormen zo elkaars spiegelbeeld. Ze heeft een zoete lelieachtige geur. De bladeren zijn smal en zwaardvormig. Een aar heeft 4 tot 11 bloemen waarvan er tegelijk 1 of 2 in bloei komen. Ze wordt 50 – 80 cm hoog en is geschikt als snijbloem.