Planten van bloembollen

Bloembollen plantenGrondvoorbereiding
Vóór het planten moet de grond los gemaakt worden. Bij een lage pH van de grond is het te adviseren om met het planten meteen kalk te strooien; een te hoge pH kan worden afgezwakt door het toevoegen van turfmolm aan de grond.
Grondverbetering en het verhogen van het humusgehalte kan met organische meststoffen zoals compost en dierlijke mest.
– Dierlijke mest
Dierlijke mest bevat wat meer voedingsstoffen dan compost, en het houdt net als compost de bodemstructuur en het bodemleven in stand. Dierlijke mest is vers en in korrelvorm of poeder verkrijgbaar. Verpakte mest is meestal koemest, soms wordt wat kippenmest bijgemengd. Op de verpakking staat aangegeven hoeveel mest moet worden gebruikt. Verse mest geeft niet direct voedingsstoffen af, het moet eerst een beetje verteren. Gebruik bij voorkeur stalmest van minstens één jaar oud: verse koemest bevat ammoniak en kan de bladeren van planten ‘verbranden’.
In beplantingen met kleigrond kan dierlijke mest het best in het najaar worden toegediend; in tuinen met zandgrond is het vroege voorjaar (maart) het meest geschikt. Verse mest moet ondiep (niet meer dan 10 à 15 cm diep) worden ondergespit. Dierlijke mest leent zich erg goed voor toepassing in nieuw aan te leggen plantlocaties.
– Compost
Compost is als bemesting en als bodemverbeteraar de beste keus. Het brengt voedingsstoffen in de grond, verbetert de structuur van de bodem en houdt het bodemleven gezond. Hierdoor krijgt de plant meer weerstand tegen schadelijke bacteriën en schimmels. Zanderige grond wordt beter bewerkbaar en houdt beter vocht vast door compost. Te vette grond wordt beter bewerkbaar en beter luchtdoorlaatbaar wanneer er een deel compost en een deel zand doorheen worden gewerkt. In de praktijk blijkt compost een betere bodemverbeteraar te zijn dan dierlijke mest. Het zorgt voor een evenwichtige opbouw van het bacterieleven in de bodem. Te veel compost is niet goed. Bij een te hoge concentratie compost rond de wortels is verbranding van de wortels niet uitgesloten. Ieder jaar kan in maart of april (bij zware kleigrond in de herfst) een laagje compost van ongeveer een centimeter worden aangebracht in de border en op het gazon.

Grondontsmetting
Een goed vruchtwisselingplan, waarbij je voorkomt dat bloembollenbeplantingen niet vaker dan één maal per vier jaar op dezelfde plaats staan, beperkt het gebruik van grondontsmettingsmiddelen.
Soms is een bloembollenplantlocatie zo bepalend voor het beeld van een tuin, park of stad dat ieder jaar gebruik wordt gemaakt van dezelfde locatie. In dat geval is het zeer aannemelijk dat u last krijgt van bodemziektes als Rhizoctonia tuliparum. Veel bloembollen zijn gevoelig voor deze ziekte, bijvoorbeeld tulp, hyacint en lelie. Maar ook vaste planten kunnen worden aangetast.
Indien de kans op Rhizoctonia in de grond groot is dan kan men katolchlofos-methyl (0,5 liter per 200 liter water) door de grond frezen voorafgaand aan het planten.

Bollen plantenPlantmethoden
Er zijn een aantal planttechnieken mogelijk bij het gebruik van bloembollen.
– Bollen uitleggen
Voor een mooie kleurrijke display in parken en plantbedden is het belangrijk dat de bollen evenwichtig verdeeld worden over de ruimte die gepland is. Het eerst uitleggen van de bollen op de juiste afstand is dan aan te bevelen. Tijdens het planten voorkomt dit verrassingen aan het eind van het plantbed!
Voordat de bollen worden uitgelegd is het belangrijk dat de grond tot een diepte van 25 cm goed los gemaakt is. De bollen kunnen dan eenvoudig worden geplant en na planten goed wortels vormen.
• Planten kan vervolgens met het schepje – één voor één. Één planter kan 600 tot 700 bollen per uur planten (uiteraard afhankelijk van type bol en ervaring).
• Een andere methode is verhoogde plantbedden. Na het uitleggen van de bloembollen worden deze afgedekt met een laag van 10 tot 15 cm grond. Deze manier wordt vaker toegepast indien het een éénjarige display is.
Na het planten dienen de geplante vakken gelijkmatig aangeharkt te worden. Tegen uitdrogen, bevriezen of dichtslaan van de grond is het verstandig om na het planten een afdeklaag van 2-3 cm organisch materiaal (turfmolm/compost) aan te brengen.
– Bollen strooien
Voor een meer natuurlijk karakter worden bloembollen in een border of verwilderingszone gestrooid. Daar waar de bollen vallen worden ze geplant. Ook hier wordt het planten makkelijker indien de grond wordt losgemaakt vóór het planten. Het aantal bollen dat per uur geplant kan worden ligt hier uiteraard veel lager omdat rekening moet worden gehouden met de vaste beplanting.
– Bollen in het gras
Wanneer bollen op kleine schaal in het gras geplant moeten worden kan eenvoudig per groepje bollen een stuk grasmat worden gelift. Na het rechtzetten van de bollen in het plantgat kan de grasmat simpel worden teruggeplaatst. Na het aanstampen van het gras is er na een paar dagen al niets meer te zien van de plantactie.
– Machinaal planten
Omdat arbeidsloon de grootste kostenpost is bij het planten van bloembollen kan er ook gebruik worden gemaakt van een speciale machine die 90% van de arbeidskosten kan sparen. De machine tilt de grasmat op en strooit de bollen in de plantsleuf. De capaciteit van de machine is circa 10.000 narcissen en 25.000 crocussen en andere kleine bollen per uur.
Bij de machinale plantmethode worden de bloembollen in banen geplant, ideaal in wegbermen. Een snelle plantmethode die weinig arbeid kost. Het is bij deze methode niet mogelijk om ronde patronen te planten.
– Etage- of lasagnemethode
Een langere bloeiperiode met bloembollen kan worden verkregen door bloembollen met aansluitende bloeiperiodes op dezelfde plantplaats te planten. Door deze bollen op verschillende dieptes te planten kunnen ze vrijwel op dezelfde locatie worden geplant. Deze methode wordt vooral toegepast in voorjaarsbloeiende bedden die één seizoen heel mooi moeten zijn.
Over het algemeen worden de laatst bloeiende bloembollen het diepst geplant. De bloembol die in het voorjaar het eerst bloeit wordt ondiep geplant. Deze techniek wordt ook wel de lasagne beplanting genoemd.
Deze plantmethode werkt zowel in de vollegrond als in bakken en potten.

Planttijd en -diepte
Belangrijk is de juiste planttijd in acht te nemen. Voor vroegbloeiende bloembollen (januari-maart) is het belangrijk om te planten in september – oktober. Voor de later bloeiende bloembollen (maart-mei) is oktober – november de beste plantperiode.
Als juiste plantdiepte wordt de vuistregel minimaal twee maal de hoogte van de bol gehanteerd met een minimum van 5 cm. Te ondiep planten geeft een slechte beworteling waardoor de bloembollen ongelijk opkomen en er kort en mager uitzien.
Te diep planten kan rotting tot gevolg hebben en ook een late opkomst van het gewas.