Iris

Iris 'Valentine'

Iris is familie van de Iridaceae

Bloeiperiode: februari – augustus - Bloemkleur: geel, wit, blauw, lavendel en paars

Plantdiepte: 6 - 8 cm - Plantafstand: 8 - 10 cm - Planthoogte: 20 - 100 cm

Toepassingen: bloembedden en borders, perken, waterkant, gazon, rotstuin, bloemsierkunst en potterie

NAAM EN HERKOMST IRIS

Op basis van hun doorgaans zwaardvormige bladeren worden irissen ook wel zwaardlelies genoemd. Er zijn meer dan 300 soorten bekend en een veelvoud aan hybriden. Ze komen voor in alle werelddelen van de Noordelijke gematigde zone (ten zuiden van de Kreeftskeerkring groeien geen irissen in het wild) en zijn er in alle kleuren, vormen, hoogtes en bloeitijden. Irissen zijn te verdelen in 3 groepen:

  1. Irissen die groeien uit een bol: bloeit van april – mei, heeft lancetvormige diep gegroefde bladeren die vrij snel afsterven en wordt niet te hoog. De grote mooie bloemen zijn in de oksels van de bladeren geplaatst langs de stengel. Aan iedere stengel groeien 1-3 bloemen. De binnenste bloemblaadjes zijn klein, waardoor de hangende bloemblaadjes extra groot lijken. Ze komt oorspronkelijk uit Spanje, Portugal, Noord-Afrika, Klein-Azië oostwaarts naar India. Iris planifolia is een uitzondering. Zij komt uit Zuid-Europa. Iris hollandica (Hollandse iris), Iris reticulata (dwergiris) en Iris hispanica (Spaanse iris) behoren tot deze groep.
  2. Irissen die groeien uit een rhizoom of dikke, vlezige wortelstok: deze worden onderverdeeld in baardirissen (zie kleuren en vormen) en baardloze irissen. Ze bloeit van mei – juni, heeft zwaardvormige bladeren en ze houden van vruchtbare kalkhoudende grond. Iris germanica (baardiris), Iris foetisissima (stinkende lis) en Iris pumila (zwaardlelie) behoren tot deze groep.
  3. Irissen die groeien als moerasplanten met wortels: bloeit van mei – juli. Iris ensata (Japanse iris), Iris pseudacorus (gele lis) en Iris siberica (Siberische iris) behoren tot deze groep. In Nederland komt in het wild nog de gele lis voor, zie HIER.

Op deze pagina bespreken we de bolvormende en wortelstok soorten.

De naam komt uit het Grieks iris = regenboog en verwijst naar de vele kleuren van de bloem. Iris is ook de naam van de godin van de regenboog, die bode van de goden was en de regenboog als brug gebruikte tussen hemel en aarde.

Al 4000 jaar geleden werd ze in Egypte en op Kreta gekweekt. In de Egyptische piramiden zijn afbeeldingen van lissen te vinden, die stammen uit 1500 v. Chr. De Franse koning Clovis I (466 – 511) veranderde zijn symbool op zijn banner van drie padden naar irissen toen hij zich tot het christendom bekeerde. De fleur-de-lis, een gestileerde iris, wordt in verband gebracht met Frankrijk sinds Lodewijk VII. Tegenwoordig wordt de fleur-de-lis afgebeeld op de vlag van Quebec, in het logo van de New Orleans Saints (voetbal team), de vlag van Saint Louis, Missouri en is het het symbool van scouting. De Iris nigricans, die bijna zwart is, is de nationale bloem van Jordanië en Iris susiana is bekend als de rouwiris, ze heeft een weelderige balsemgeur. Vincent van Gogh heeft diverse schilderijen van irissen gemaakt.

KLEUREN EN VORMEN IRIS

Ze heeft lange stelen en de bloemen lijken wel een kruising tussen de lelie en de orchidee. De bloemen zijn er in alle kleuren, behalve zuiver rood. Ze heeft 6 kroonbladeren en zodra de bloemknoppen zich openen, vallen de 3 buitenste blaadjes met lip of baard naar beneden (hangende bloemblaadjes) en blijven de 3 binnenste blaadjes rechtop staan, ze worden staander, vlag of kroonblad genoemd. Het zogenoemde ‘fleur de lis’ patroon. De hangende bloemblaadjes zijn meestal voorzien van een felgekleurde vlek en streepjes. De baardirissen hebben op deze blaadjes ‘draden’, ook wel de baard genoemd. Hiermee worden de insecten naar de honingklieren van de bloem geleid. De bladeren van een bol iris zijn basaal cilindrisch en die van een wortelstok iris basaal zwaardvormig.

SYMBOLIEK IRIS

De Iris staat symbool voor wijsheid, kracht, koningschap, vertrouwen, hoop, mannelijkheid, zuiverheid, onberispelijkheid, grootsheid, licht, hoop, welsprekendheid, Mariabloem en “jouw vriendschap betekent veel voor mij”. Als je iemand Irissen geeft, dan betekent dat ‘Ik heb een boodschap voor jou’. En dan is het aan jou om de bloemen te voorzien van een mooie boodschap.

iris bollen

IRIS KOPEN

Koop in het najaar stevige, gezonde, grote bloembollen die gelijkmatig van vorm zijn. Koop nooit bloembollen die zacht of doorweekt zijn, blauwe of groene schimmel hebben, er bedorven uitzien of uitgedroogd zijn. Deze bollen zijn waarschijnlijk ondeskundig of te lang bewaard. Let ook op de uitlopers, een klein, groen puntje is geen bezwaar. Koop ook geen beschadigde bloembollen want deze zijn gevoelig voor schimmels. Grote bloembollen geven stevige lange stengels en grotere en/of meer bloemen. Koop in het najaar stevige, onbeschadigde wortelstokken. Koop wortelstokken met tenminste 1 gezonde knoop, daaruit groeit de plant. Koop nooit zachte, uitgedroogde of verschrompelde wortelstokken. Meer kooptips.

IRIS PLANTEN

Plant ze in het najaar op een plek in de zon, maar er zijn ook soorten die in halfschaduw geplant moeten worden. Lees daarom de informatie op de verpakking goed. Informeer naar de winterhardheid en naar de gewenste bodemsoort. Het eerste jaar zal de iris weinig tot geen bloemen geven, maar daarna neemt de bloei toe.

Plant bol irissen in droge, goed doorlatende losgemaakte grond, 6-8 cm diep en 8-10 cm uit elkaar. Ook al zijn de meeste winterhard, dek ze toch af tijdens de winter, vooral de Engelse iris. Zware grond kan te nat zijn. Dan is het beter de bollen na de bloei te rooien en op een droge plek te bewaren.

Ook de wortelstok iris moet in goed doorlatende losgemaakte grond geplant worden. Maak een plantgat met daarin een heuveltje waarop je de wortelstok legt met het groeipunt naar boven. De plantafstand is 20-30 cm. Ze hoeft niet diep geplant te worden, hou de bovenkant onbedekt. Dit voorkomt wegrotten.

De Japanse lis (Iris ensata) en Gele lis (Iris pseudacorus) geven juist de voorkeur aan een vochtige standplaats aan de oever van de tuinvijver of in een vochtig gazon.

Woelratten vreten graag irisbollen. Als bescherming tegen deze vraatzuchtige knaagdieren kunt u de plantgaten bekleden met fijnmazig gaas, of de bollen in speciale mandjes van ijzergaas planten. Meer planttips.

IRIS VERZORGING

Verwijder bij overwinterde irissen de bruine bladeren en werk beendermeel door de grond. Is het in de zomer droog, geef dan water. Verwijder verwelkte bloemen en na de bloei de stengels, maar laat de bladeren staan. Verwijder het onkruid tussen irissen niet met de schoffel, maar met de hand, om de doorgaans ondiep geplante bollen of wortelstokken niet te beschadigen. Snij irissen voor in de vaas vlak voor de knoppen opengaan. Graaf niet winterharde soorten eind juli op en bewaar ze op een koele en droge plaats tot het najaar. Meer verzorgingstips. 

VERMEERDERING IRIS

Bollen maken klisters (jonge bollen) aan de voet van de oude bol. In juli kunnen deze van de bol gehaald worden, waarna ze weer geplant kunnen worden. Grote wortelstokken kunnen gedeeld worden: snij ze in stukken en bestrooi de snijvlakken met houtskoolpoeder. De delen direct planten. Grote pollen Irissen kunnen na de bloei gescheurd en direct geplant worden.  Enkele irissen kunnen ook via zaad worden vermeerderd. Meer vermeerderingstips. 

IRIS MEDISCH

In de Middeleeuwen werd gedroogde wortelstok van de Iris germanica gebruikt tegen maag en darmklachten. Kinderen kauwden op de wortels of die werden om hun hals gehangen als hun tanden doorkwamen. Het poeder werd ook in dekenkisten gebruikt vanwege de geur. Echter, de wortelstokken kunnen giftig zijn, ze leiden tot misselijkheid, braken diarree en huidirritatie. De wortelstok van de Iris domestica wordt in de traditionele Chinese geneeskunde gebruikt tegen hoest en slijm. 

CULINAIR IRIS

De wortelstok van Iris germanica en Iris pallida wordt ook wel ‘liswortel’ genoemd. Bombay Sapphire en Magelaan Gin gebruiken de liswortel in hun gin. De essentiële olie wordt gebruikt in aromatherapie als kalmerend.

GEBRUIK IRIS

De parfumindustrie gebruikt Iris pallida, Iris florentina en Iris germanica. De productie voor de parfumindustrie vindt vooral plaats in Marokko en Italië. De olie wordt gewonnen uit de wortelstok die 3 jaar gedroogd is. Pas dan geurt de wortelstok optimaal. Na het drogen worden de wortelstokken vermalen, in water gedompeld en met stoom gedistilleerd, waardoor de irisboter of concrète overblijft. Hieruit kan een iris absolute worden gewonnen door het ‘wassen’ met ethanol.

1000 kg iriswortels levert slechts 2 kg irisboter op, vandaar de zeer hoge prijs. De boter en absolute ruiken bloemig met houtachtige tonen. De merken Victoria Secrets en Roberto Cavalli hebben de iris in enkele van hun geuren verwerkt.

De wortelstokken van Iris germanica leveren de zogenoemde Orrisolie op die naar viooltjes ruikt.

IRIS IN DE KUNST

Vincent van Gogh heeft diverse schilderijen van irissen gemaakt. 

IRIS BLOEMSIERKUNST

Ze is prima geschikt als snijbloem. Met deze tips staan ze lang in de vaas:

  • Gebruik altijd schone vazen. Doe hierin koud leidingwater, dat wordt vermengd met de juiste dosering snijbloemenvoeding voor een langere houdbaarheid. Snij ca. 2 cm van de steel schuin af, vlak voordat je de bloemen in de vaas plaatst. Doe dit met een scherp mes. Verwijder altijd overtollig blad.
  • Zet ze op een koele plek. In een warme kamer of in de zon bloeien ze sneller uit.
  • Zet ze niet in de buurt van de fruitschaal. Fruit geeft van nature ethyleengas af waardoor de bloemen sneller verouderen.
  • Vuil water met daarin veel bacteriën is slecht voor alle bloemen. Het is dan ook aan te raden de bloemen om de drie of vier dagen schoon water te geven met snijbloemenvoeding.

IRIS OP DE CATWALK IN HET TUINPALET

Iris combineert mooi met andere bolgewassen, maar ook met vaste planten zoals Salvia, hosta, Delphinium (Ridderspoor), Scabiosa caucasia (Duifkruid), Aquilegia (Akelei), pioenrozen, Papaver orientale, Eryngium en Phlomis russeliana (Brandkruid). De kleine reticulata soorten combineren mooi met andere kleine bolgewassen en Saxifraga arendsi (Steenbreek). 

CULTIVARS IRIS

Soorten met een * zijn te koop in Nederland.

Irissen met bol 

Iris bucharica

Iris aucheri*: komt uit Noord-Irak, Zuidoost-Turkije, Noord-Syrië, West-Iran en Jordanië, is in 1890 beschreven en wordt 15 – 40 cm hoog. Ze krijgt eerst bladeren en dan pas de bloem. Ze bloeit in wit tot blauw met een gele rand en heeft een violetachtige geur. Ze is eenvoudig te telen en winterhard.  Enkele hybriden zijn: ‘Olof’ en ‘Snowwhite’.

Iris bucharica*: komt uit Noordoost-Afghanistan, Tadzjikistan en Oezbekistan, waar ze groeit op steenachtige en met gras begroeide hellingen. Ze heeft grote glanzende groene bladeren, bloeit in april, wordt 40 – 45 cm hoog en is in 1902 beschreven. De geurende bloemen zijn roomwit en goud-geel. Enkele hybriden: ‘Duschanbe’ en ‘Princess’. 

Iris caucasica Picture John Lonsdale, Edgewood Gardens

Iris caucasica: (betekent uit de Kaukasus) groeit op berghellingen in Turkije en de Kaukasus,, wordt 15 – 35 cm hoog en is in 1821 beschreven. De bladeren zijn grijsgroen en de bloemen geelgroen met een gele rand. 

Iris cycloglossa*: komt uit West- en Zuid-Afghanistan uit gebieden waar veel overstromingen zijn in de lente. Ze verdraagt dus veel water. Ze bloeit in juni, kan 40 cm hoog worden en is in 1958 beschreven. Ze heeft grote geurende bloemen in paars met wit en geel op de omlaag wijzende bloemblaadjes.

Iris galatica Picture John Lonsdale, Edgewood Gardens

Iris fosteriana: komt uit Noordoost-Iran tot Noordwest-Afghanistan waar ze groeit op droge steppes. Ze heeft grijsgroene bladeren met een witte rand. De bloem is zachtgeel met een witte rand en een donkere vlek op de 3 hangende bloemblaadjes.

Iris galatica: komt van koelere hogere hoogten in Centraal- tot Noord-Turkije. Ze is variabel van kleur van roodachtig violet tot groenachtig geel of zilverachtig paars. 

Iris graeberiana Picture John Lonsdale, Edgewood Gardens

Iris graeberiana: uit Centraal-Azië, bloeit in violetblauw met strepen wit en blauw op de hangende bloembladeren. Ze wordt 6-8 cm hoog.

Iris inconspicua: uit het Tien Shan-gebergte in Centraal-Azië. Ze wordt slechts 5 cm hoog en bloeit in licht lila gevlekt met groen en een witte kuif. 

Iris kuschakewiczii: uit de noordelijke uitlopers van het Tien Shan-gebergte in Centraal-Azië. Ze wordt 10 cm hoog en bloeit in lila met een donkerblauwe vlek op de hangende bloembladeren.

Iris magnifica Picture John Lonsdale, Edgewood Gardens

Iris magnifica*: komt uit Centraal-Azië en kan 30-60 cm hoog worden. Ze bloeit in zacht lila met een geeloranje vlek en donkere streepjes op de hangende bloemblaadjes.

Iris narbutii: uit Centraal-Azië is een kleine plant van 10 - 15 cm met lila bloemen met een gele vlek en paarse streepjes op de hangende bloemblaadjes.

Iris orchioides: (betekent orchidee-achtig) uit het Tien Shan in Centraal-Azië, waar ze groeit op ruige rotsachtige plaatsen. Ze bloeit in lichtgeel met een gele vlek en getande kuif. Ze wordt 40 – 60 cm hoog en is in 1884 beschreven.

Iris palaestina Picture John Lonsdale, Edgewood Gardens

Iris palaestina: komt uit het oostelijke Middellandse Zeegebied (Israël, de kust van Libanon, Jordanië, het zuiden van Syrië). Ze is klein en heeft zachtgroene bloemen met een gele vlek op de hangende bloemblaadjes. 

Iris persica: (betekent uit Perzië) komt uit Zuid- en Zuidoost-Turkije, Noord-Syrië en Noord-Irak, wordt slechts 4 cm hoog en is in 1629 beschreven. De kleur van de licht geurende bloemen is variabel: zilvergrijs, beige-tan of grijsgroen met een paars/gele vlek op de hangende bloemblaadjes.

Iris rosenbachiana Picture Jim McKinney

Iris planifolia: groeit op rotsachtige hellingen en oevers in Portugal, Spanje, Sardinië, Sicilië, Kreta en Noord-Afrika. Ze bloeit in donkerblauw-violet met een geel/witte vlek op de hangende blaadjes. 

Iris rosenbachiana: komt uit Centraal-Azië. Ze is vernoemd naar Nikolai O. von Rosenbach, de gouverneur van Turkestan in de tweede helft van de 19e eeuw. De bloemen zijn diep paars met een feloranje kuif. 

Iris tubergeniana Picture Oron Perri

Iris stenophylla: groeit op rotsachtige hellingen in het zuiden van Turkije op vrij grote hoogten. Bloemen zijn violet tot lila blauw met een gele kuif omringd door een witte, violet gevlekte zone. 

Iris tubergeniana: groeit op kale hellingen van rode grond in Centraal-Azië met groenachtige gele bloemen.

Iris vicaria Picture John Lonsdale, Edgewood Gardens

Iris vicaria: komt uit de Pamir-Altai bergen van Centraal-Azië. Ze bloeit lichtblauwachtig violet, donkerder geaderd met een gele vlek.

Iris warleyensis: uit Centraal-Azië. Ze bloeit licht lila met een paars/gele vlek op de hangende bloemblaadjes. Ze is beschreven in 1902 en gewonnen door Miss Ellen Ann Wilmot, een Engelse plantenliefhebster met een beroemde tuin in Warley Place.

Iris willmottiana Picture Oron Peri

Iris willmottiana: komt uit Centraal-Azië. Ze heeft glanzende bladeren en bleke lavendelblauwe bloemen met een witte/paarse vlek op de hangende bloemblaadjes. Ze is in 1901 vernoemd naar Miss Ellen Ann Wilmot.

Iris zaprjagajewii: uit Centraal-Azië, wordt 10 – 15 cm hoog en heeft witte bloemen met lichte blauwe of lila vlekken en een gele kuif.

Hybriden

Iris “Sindpers” is een kruising tussen I. aucheri en I. persica: geurend, hemelblauwe bloemen met paars gele tekening.

Reticulata-irissen: uit West-Azië. Ze werd vroeger gezien als een subgenus van Hermodactyloides. De bladeren zijn grijsgroen en vierkant of bijna cilindrisch in dwarsdoorsnede en verschijnen tijdens en na de bloei. Het zijn kleine planten die meestal winterhard zijn (met uitzondering van Iris vartanii die bestand is tegen beperkte vorst). Ze bloeien in het vroege voorjaar en worden tot 20 cm hoog. Ze wordt ook wel dwergiris genoemd. Reticulata betekent netvormig, een verwijzing naar de netvormige bolhuid. Ze is geschikt voor de rotstuin en potterie en geurt licht.

Iris bakeriana

Iris bakeriana*: komt uit Zuid- en Oost-Turkije, Noord-Irak en West-Iran waar ze groeit op steenachtige hellingen. Ze heeft geurende bloemen in lichtblauw met violetblauwe en witte tekening op de hangende bloemblaadjes. Ze bloeit vroeg in januari – februari en wordt 10 – 15 cm hoog. Ze is in 1889 door M. Leichtlin geïntroduceerd.  

Iris danfordiae Picture David Pilling

Iris danfordiae*: komt uit de bergen in Turkije, waar ze dicht bij de sneeuwgrens bloeit van februari – maart en 10 - 15 cm hoog wordt. Het blad komt na de bloei en is smal en blauwgrijs. Ze heeft felgele gestippelde groene naar honing geurende bloemen met een diepgele of oranje kuif. Plant de bollen diep, anders splitsen ze zich in kleinere niet-bloeiende bollen. Ze is vernoemd naar Mrs. Danford die dit plantje in 1876 introduceerde.

Iris histrioides Picture www.viranatura.com

Iris histrio: uit Zuid-Turkije, Syrië en Libanon en heeft prachtige geurende babyblauwe bloemen met ingewikkelde markeringen tot paarsachtig blauw aan de basis.

Iris histrioides*: (Histrio betekent ongeschikt ingevoegd) een winterharde soort uit Turkije met grote blauwe bloemen, gevlekte hangende bloemblaadjes en een gele rand. Het blad verschijnt na de bloei. Ze is door Wilson in 1891 in Armenië ontdekt.

Iris pamphylica Picture Oron Peri

Iris kolpakowskiana: komt uit het Tien Shan-gebergte, Turkestan, waar ze groeit op hellingen in natte kleverige klei die in de zomer uitdroogt. Ze heeft licht lila-blauwe bloemen met een dieprood-paars hangend blad en een oranje gele middenrand. 

Iris pamphylica: komt uit Zuid-Turkije, waar ze groeit op rotsachtige plaatsen. Ze heeft bloemen gedragen op een stengel (in tegenstelling tot andere soorten). Ze bloeit blauw met paarsbruine hangende bloemblaadjes met een gele vlek. 

Iris reticulata 'Alida'

Iris reticulata*: is de bekendste soort met een breed scala aan kleuren, van blauw tot violet tot paars. Ze groeit op bergweiden en rotsachtige hellingen in Turkije, Iran, Irak, de voormalige Sovjet-Unie, de Kaukasus en de Transcaucasus. Ze wordt 7 – 14 cm en de bloemen zijn geurend. Splits de bollen in juli – september voor vermeerdering. De nieuwe bollen hebben een paar jaar nodig om te bloeien. Ook is vermeerderen uit zaad mogelijk, maar die hebben tot 5 jaar nodig om in bloei te komen.

Iris tuberosa Picture Mary Sue Ittner

Iris tuberosa*: (voorheen Hermodactylus tuberosus) wordt ook wel zwarte iris of vingerknol genoemd, een verwijzing naar de vingerachtige vorm van de bollen (Hermes is een Griekse god en daktylos is vinger). Ze komt uit Zuid-Europa, Noord-Afrika, Israël en Turkije, waar ze groeit onder heesters en bomen op berghellingen en heuvels. Ze wordt 40 – 60 cm hoog, bloeit in maart – april, is winterhard en wordt al geteeld sinds 1597. Ze heeft geurende bloemen in lichtgroen met zwart/purperen vlekken. Op de juiste plek verwildert ze goed.

Iris histrioides 'Katarina Hodgekin'

Iris winogradowii*: heeft een licht gele bloem met groene vlekken op de hangende bloemblaadjes en wordt 10 – 15 cm hoog. Oorspronkelijk komt ze van één berg in de Kaukasus (Centraal-Azië) waar ze groeit in alpenweiden. Ze is in 1927 verzameld door P.F. Winogradow. 

Hybride

Iris 'Katherine Hodgkin'*: een reticulata iris-hybride van Iris winogradowii en Iris histrioides. De bloemen hebben een vleugje zeegroen doordrenkt met poederblauw en prachtige ingewikkelde markeringen. EB Anderson in Engeland voerde de kruising uit in 1960 en noemde de plant naar de vrouw van een collega-liefhebber, Eliot.  

Spaanse irissen

Irissen van de subgenus Xiphium worden vaak Spaanse irissen genoemd, ook al komen enkele soorten uit andere gebieden dan Spanje. Ze hebben bollen met dunne, vezelige wortels. Clusius ontdekte haar in 1564 in Spanje. Ze kan goed uit zaad worden geteeld. Ze bloeit slechts een paar weken. De hybriden van deze groep worden Hollandse irissen genoemd.

Iris latifolia Picture www.fleurs-des-montagnes.net

Iris latifolia*: wordt ook wel de Engelse iris genoemd. Ze komt uit Spanje en Frankrijk, wordt 60 cm hoog en bloeit in juni met grotere bloemen dan de Spaanse iris in blauw, wit en purper. Ze heeft in de zomer meer vocht nodig.

Iris xiphium: dit is de soort waarnaar de Spaanse groep genoemd is. Ze komt uit Zuidwest-Frankrijk, Corsica, Zuid-Italië, Portugal, Marokko, Algarije, Tunesië, Gibraltar en Spanje. Ze heft blauwe en gele bloemen en is gebruikt als een van de ouders van de hybriden die bekend staan als de Hollandse iris. Ze is populair in bloemstukken.

Overigen: Iris boissieri, Iris filifolia, Iris juncea, Iris lusitanica, Iris serotine en Iris tingitana.

Hollandse irissen*

Dit zijn hybriden van kruisingen tussen Iris xiphium, Iris tingitana en Iris latifolia. Soms worden ze ook Iris x hollandica genoemd. Ze is zeer geschikt als snijbloem en kan het hele jaar in bloei worden getrokken. Ze bloeit in juni – juli in licht blauw, geel, wit, paars en blauw. Ze kan 60 cm hoog worden. De bollen kunnen jarenlang in de grond gelaten worden maar de kans op vorstschade en ziekten is vrij groot. Het assortiment kleuren wordt steeds breder inclusief twee-kleurige samenstelling.

Iris 'Montecito'
Iris 'Casablanca'

Irissen met wortelstok (met en zonder baard):

Iris domestica Picture Jay Yourch

Iris dichotoma*: (syn. Pardanthopsis dichotoma) komt uit Siberië, China en Mongolië en is een natuurlijke hybride van Pardancanda norrisii en Belamcanda chinensis, nu Iris domestica. De bloemen bloeien kort in lila met wit.

Iris domestica*: (syn. Belamcanda chinensis) wordt ook wel de luipaardbloem genoemd. Ze komt uit Oost-Azië en wordt 50 – 60 cm hoog. Tot 2005 behoorde ze tot het geslacht Belamcanda. Ze heeft gevlekte oranje bloemen. De wortelstok wordt in de traditionele Chinese geneeskunde gebruikt tegen hoest en slijm. Ze is niet winterhard.

Iris germanica 'Honey Glazed' Picture Gerrie Veenstra
Iris pumila Picture www.fleurs-des-montagnes.net

Iris germanica*: wordt ook wel baardiris genoemd, komt uit het Middellandse Zeegebied, waar ze groeit op rotsachtige hellingen. Ze heeft grote geurende bloemen in alle kleuren, behalve rood. Ze kan 60 – 120 cm hoog worden en bloeit in mei - juni. In het tweede jaar is de bloei rijker dan in het eerste jaar. Op de onderste kelkbladeren heeft ze draden die ook wel de baard wordt genoemd. Ze dienen ervoor om bijen en hommels meer houvast te geven en ze naar de dieper gelegen honingklieren te leiden. Ze heeft blauwgroene zwaardvormige bladeren. Plant haar niet te diep op een zonnige droge kalkrijke arme bodem die goed waterdoorlatend is. Ze houdt niet van natte voeren. Verdeel ze iedere 3 of 4 jaar om een gezonde bloei te behouden. Haal ze na de bloei in juli-augustus uit de grond en knip het blad voor 2/3 af om verdamping via het blad te beperken. Breek of snij in stukken en zorg ervoor dat ieder stuk een groeipunt en enkele wortels heeft. Laat het breekvlak iets drogen en plant in een  ondiep gat op een klein heuveltje in het midden. De wortelstok hier horizontaal op plaatsen, de bovenkant mag iets boven de grond steken. Geef direct ruim water. Ze is winterhard. Bedek haar in november met een dunne laag mulch van compost (wortelstokken onbedekt laten) en in het voorjaar en direct na de bloei wat bloed- of beendermeel of samengestelde meststof die weinig stikstof bevat. De meest voorkomende soort in de Europese tuinen is de hybride Iris Germanica, een kruising tussen Iris aphylla, Iris pallida en Iris variegata. Er zijn duizenden cultivars in alle kleuren behalve rood. Ze combineert mooi met pioenrozen (Paeonia), oosterse papaver (Papaver orientale), blauwe distel (Eryngium) en salie (Salvia nemorosa). 

Iris pumila*: wordt ook wel zwaardlelie genoemd, komt uit het Oeralgebergte in Oost-Europa en wordt 40 – 50 cm hoog. Ze heeft smalle opgaande bladeren en bloeit in april – mei. Ze heeft geurende blauwe, blauwpaarse en gele bloemen.