Bloembolleninfo

Wat is het verschil tussen bloembollen, knollen en wortelstokken?

Van Dale zegt: bloem·bol (de; m; meervoud: bloembollen): (plantkunde) ondergronds stengelgedeelte in bolvorm.
De definitief is: onder bol- en knolgewassen verstaan we kruidachtige planten met bijzonder gevormde, dikwijls gezwollen, bladeren, stengels of wortels waarmee ze kunnen overblijven en zich reproduceren.

Doorsnede bloembol Bol van schubben Wortelknol Knol Wortelstok
Doorsnede bloembol Schubben bloembol Wortelknol Knol Wortelstok

Wat is een bloembol?

Een bloembol bestaat uit wortels en een stengel met bladeren. De stengel is heel kort en wordt de bolschijf genoemd. Aan de onderkant hiervan zit een rand met wortels. Op de bolschijf zitten dikke brede bladeren die vlezige rokken/schubben worden genoemd en die het reservevoedsel bevatten. Als de schubben aan elkaar zijn gegroeid en een ring rond de spruit vormen, dan noemen we dat een rok (tulp, narcis en hyacint). Zijn ze niet aan elkaar gegroeid, dan noemen we dat schubben (lelies). Soms hebben bloembollen een huid, de ingedroogde buitenste rok of schub. Bloembollen met huid kunnen droog bewaard worden, bloembollen zonder huid (lelie) drogen snel uit en kunnen dus beter niet bewaard worden. Midden op de bolschijf staat de hoofdknop, dit wordt de toekomstige plant. In de oksels van de vlezige rokken zitten knoppen of zogenaamde klisters. Het reservevoedsel wordt gebruikt om de stengel, het blad en de bloem aan te leggen. Deze delen zitten samen in de spruit die zich langzaam gaat strekken. Zodra de tijd daar is, komt de plant bovengronds tot bloei. In deze periode worden ook nieuwe wortels gevormd die voedsel uit de bodem opnemen. Door assimilatie (onder invloed van zonlicht worden koolzuurgas uit de lucht en water met mineralen uit de boden door de bladeren omgevormd tot suikers) vindt ook de groei van klisters (knoppen) plaats. Deze groeien uit tot nieuwe bloembollen.

Hoeveel jaar bloeien bloembollen?

Er zijn eenjarige, tweejarige, meerjarige en verwilderings bloembollen.
Eenjarige bloembollen: deze bloembollen bloeien maar één seizoen, bijvoorbeeld irissen en tulpen. Na de bloei worden de tulpen gekopt waardoor alle energie naar de bol gaat. De knoppen/klisters tussen de rokken groeien uit tot nieuwe bollen. Als voedsel wordt de oude bol gebruikt. De klisters zitten aan de grote bol vast en worden na de oogst tijdens het pellen (wortels en oude huid worden van bol verwijderd) van de grote bol gehaald. Het volgende najaar worden ze weer geplant om te groeien tot grote bollen.
Tweejarige bloembollen: deze bloembollen bloeien twee jaar en vormen zijbollen (bollen die aan de basis van de hoofd bol groeien), bijvoorbeeld Galanthus.
Meerjarige bloembollen: bij deze bloembollen worden vanuit het hart nieuwe schubben of rokken gevormd: de jongste boldelen zitten in het midden en de oudste aan de buitenkant. De bollen groeien en worden ‘dikker’, bijvoorbeeld hyacint, narcis en lelie.
Verwilderings bloembollen: deze bloembollen vermeerdering zichzelf door nieuwe bolletjes of zaad. Meer verwilderingstips.

Wat zijn knollen?

De knol verschilt van de bloembol doordat bij een knol het reservevoedsel wordt opgeslagen in de vlezige wortel (wortelknollen) of de stengel (stengelknollen). De dahlia is een wortelknol, terwijl de krokus een stengelknol is. Vaak heeft een knol een huid waardoor ze goed bewaard kunnen worden,  zoals gladiolen en krokussen. Zantedeschia knollen hebben geen huid, dat wordt ook wel kale knollen genoemd. De meeste knollen zijn eenjarig. De krokus en gladiool vormen op de oude knol een nieuwe knol en soms een aantal kleine knolletjes, de kralen. De kralen worden weer gebruikt als uitgangsmateriaal  (jonge knollen die opgekweekt kunnen worden). 

Wat zijn wortelstokken of rhizomen?

Dit is een ondergronds groeiende stengel met ogen of knoppen. De knoppen lopen uit en vormen zo de bovengrondse plant. Door ze in stukken te snijden, kunnen ze vermeerderd worden. Ze hebben geen huid dus drogen snel uit. De Canna en Convallaria zijn wortelstokken.

In welk jaargetijde bloeien bloembollen?

Bolgewassen kunnen verdeeld worden in 3 groepen:
Voorjaarsbloeiende bolgewassen : voorjaarsbloeiende bloembollen koop en plant je in het najaar (september tot en met december) voordat de vorst in de grond zit. De meeste zijn winterhard, ze hebben de wintermaanden nodig om zich voor te bereiden op de nieuwe bloeiperiode. Ze bloeien in het voorjaar (februari – mei) en worden in de zomer gerooid. Zie ook de plant en bloeikalender. De meeste voorjaarsbloeiende bloembollen komen oorspronkelijk uit de Balkanlanden, Turkije, Libanon en het noorden van Irak en Iran. De tulp komt uit Kazachstan, Turkmenistan en China. De narcis en hyacint uit Zuid-Europa, vooral Noord-Spanje en Zuid-Frankrijk. Camassia en Erythronium komen uit de Verenigde Staten.
Zomerbloeiende bolgewassen : Zomerbloeiende bloembollen koop en plant je in het voorjaar (maart – mei) zodra de kans op nachtvorst voorbij is. De meeste zijn niet winterhard. Ze bloeien in de zomer (juli – oktober) en worden in het najaar geoogst. Zie ook de plant en bloeikalender. De lelie komt van nature voor in Europa, China en Noord-Amerika. Dahlia uit Mexico en Zantedeschia, Eucomis, gladiool en Freesia uit Zuid-Afrika. Hippeastrum komt uit Brazilië.
Herfstbloeiende bolgewassen: Herfstbloeiende bolgewassen worden in de tweede helft van de zomer geplant. Ze bloeien tussen augustus – oktober en worden in mei – juni geoogst. Herfstbloeiers komen vooral uit de Balkanlanden, Griekenland en andere landen rond de Middellandse Zee.

Hoe meet je een bloembol? Wat wordt bedoeld met bolomvang?

Meten bollenBloembollen worden gesorteerd naar grootte. De omtrek van de bol wordt gemeten in centimeters. De maateenheid is zift. Een bol zift 11 is een bol van 11 tot 12 cm omtrek. Deze manier van meten wordt gebruikt bij bloembollen die min of meer een ronde vorm hebben. De grootte wordt gemeten met een bollenmaat.
Op de foto is een oude bollenmaat afgebeeld waarmee vroeger de ziftmaat van elke partij bloembollen gecontroleerd werd. Tegenwoordig gebeurt het sorteren door grote machines. Blijft de bol op ziftmaat 8 liggen, maar valt deze door ziftmaat 9? Dan heeft de bol zift 8/9. Tussen elke ziftmaat zit ongeveer 1 cm. verschil. De bol heeft een bolomvang van ca. 8/9 cm. 
Bij dahlia’s en zantedeschia’s vindt sortering plaats op basis van het gewicht en bij een wortelstok op basis van het aantal ogen.

Wat wordt bedoeld met toefgrootte?

ToefgrootteBij het kopen van bloembollen is het niet altijd duidelijk wat men kan verwachten. Het is dus niet makkelijk in het najaar te bepalen hoeveel ruimte het bolgewas in het voorjaar nodig heeft. Daarom wordt soms de toefgrootte beschreven op de verpakking. Daarmee wordt de ruimte bedoeld die elk product per eenheid verpakking in het voorjaar nodig heeft.
Een toef wordt meestal cirkelvormig aangeplant, maar het kan natuurlijk ook in de vorm van een vierkant. Veelal worden toeven in een oneven aantal bollen geplant, zodat er een speels karakter ontstaat. Op de foto hiernaast is er een voorbeeld van de toefgrootte gegeven.

Hoe komt de bloembol aan zijn naam?

Elke bloembol heeft een Nederlandse en een wetenschappelijke naam. De wetenschappelijke naamgeving is bedacht door Carl Linnaeus (1707- 1778), een Zweedse wetenschapper die de binaire nomenclatuur heeft ingevoerd. Hierbij kreeg elke plant en elk dier een Griekse of Latijnse geslachtsnaam gevolgd door één of meer soortnamen. Voor de naamgeving van planten gelden nationale en internationale regels, de taxonomie. De traditionele rangen voor taxonomische groepen zijn:
Rijk – Stam – Klasse – Orde – Familie – Geslacht – Soort.
Voor de tulp is dit:
Plantae (Planten) – Embryophyta (Landplanten) – Spermatopsida (Zaadplanten) – Bedektzadigen/Eenzaadlobbigen – Liliales – Liliaceae (Leliefamilie) – Tulipa – ‘Abba’.
De meeste bolgewassen behoren tot de Orde der Liliiflorae en hebben enige gelijkenis met de lelie. Deze orde wordt verdeeld in 3 families: Liliaceae (leliefamilie), Amaryllidaceae (narcissenfamilie) en Iridaceae (lissenfamilie).

Elke plantennaam begint met een Latijnse geslachtsnaam die met een hoofdletter wordt geschreven, bijvoorbeeld: Narcissus, Tulipa of Agapanthus.
De soort- of cultivaraanduiding die volgt wordt veelal met een kleine letter geschreven en geeft verdere informatie over de plant. Elke bloembol is van nature constant. Toch vindt er wel eens een spontane mutatie of verloping plaats waardoor er een nieuw soort bol ontstaat. Deze wordt beschreven als hybride vorm. De naam van een hybride vorm wordt veelal gegeven door de vinder. Deze naam wordt geschreven achter de soortnaam, met een hoofdletter en tussen enkelvoudige aanhalingstekens. Ook de nieuwe bolgewassen die door kruisingen zijn ontstaan, krijgen een hybridenaam. Bijvoorbeeld:

Geslacht Soort Cultivarnaam Officiële naam Naam in de Praktijk
Crocus tommassinianus Ruby Giant Crocus tommassinianus ‘Ruby Giant’ Krokus Ruby Giant
Hyacinthus orientalis Pink Pearl Hyacinthus orientalis ‘Pink Pearl’ Hyacint Pink Pearl

De meeste mensen kennen bloembollen onder de Nederlandse naam, die met een kleine letter wordt geschreven.
Bij tulp, narcis en lelie wordt de cultivar niet toegekend aan een soort, maar aan een groep. Dit omdat er zoveel is gekruist en geselecteerd, dat ze niet terug te voeren zijn naar een specifiek soort. Hiervoor zijn groepen ingericht, zoals bij de tulp bijvoorbeeld de groep ‘dubbele vroege’ of ‘leliebloemige’. Bij de narcissen worden de groepen klassen of divisies genoemd. De groepen in de lelie zijn gebaseerd op herkomst en kruisingen tussen groepen. De indeling naar groepen en klassen is in de loop van de 19e en 20e eeuw ontstaan en in de loop der jaren zijn er volop nieuwe soorten op de markt gekomen. Dit kan ertoe leiden dat de naamgeving of de indeling herzien wordt. Momenteel wordt gewerkt aan een vernieuwde indeling voor de tulpengroepen. Daar wordt de Coronet (link maken) groep aan toegevoegd.

Registratie van bloembollen

Voor het verhandelen van het product is het belangrijk om voor hetzelfde product dezelfde naam te gebruiken. Om dit vast te leggen kan de cultivar geregistreerd worden bij een registratieautoriteit, bijvoorbeeld de Koninklijke Algemene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB) of de Royal Horticultural Society (RHS). Een eigenaar van een nieuwe cultivar levert bollen, knollen of wortelstokken in voor opplant en vermeldt de gewenste cultivarnaam. De deskundigen van de registratieautoriteit beschrijven de planten als ze opgekomen zijn en geven na afstemming met de inzender de cultivar zijn naam. Deze naam wordt opgenomen in het register.
Hiernaast kan ook nationaal of internationaal kwekersrecht worden aangevraagd. Dit geeft de kweker van een nieuwe cultivar het recht om voor een bepaalde periode exclusief het teeltmateriaal te vermarkten. Hierdoor kan de investering voor het ontwikkelen van een nieuwe cultivar terugverdiend worden. Andere kwekers mogen deze cultivar niet zonder toestemming van de eigenaar van het kwekersrecht telen of verhandelen.

Veld tulpen roodNederlandse bloembollen

Nederland is een van de kleinste landen ter wereld, maar toch kennen veel mensen Nederland van de molens, de klompen en de tulp. Jaarlijks komen vele toeristen naar Nederland om onze bezienswaardigheden te bezoeken. Als zij in het voorjaar komen, wordt een bezoek aan de bloembollenvelden en de Keukenhof zeker opgenomen in het programma. Nederland produceert ongeveer 65 procent van het wereldwijde aanbod aan bloembollen.
De groei van bloembollen voor economische doeleinden is ongeveer 400 jaar geleden in Haarlem en omgeving gestart. Sindsdien is het teeltgebied naar het Noorden en Zuiden verspreidt. Het gebied tussen Haarlem en Leiden werd bekend als ‘de Bollenstreek’. Een groot deel van de bevolking verdiende jaren zijn geld in de bloembollensector bijvoorbeeld in de kwekerij, export of in de toeleverende industrie. Lisse doopte zichzelf als het centrum van het bloembollengebied met de leus ‘Lisse, het centrum van het bloembollengebied’. Naast dit bloembollengebied, ontwikkelde zich tijdens de 1e wereldoorlog, in het meest Noordelijke gedeelte van de provincie van Noord Holland een ander bloembollengebied, de Anna Paulowna Polder. In het begin waren het de grote kwekerij-export bedrijven die hier land, voor een veel lagere prijs dan in het traditionele bloembollengebied, kochten. Na de 2e wereldoorlog groeide de bloembollenteelt in deze polder sterk. Een ander nieuw gebied, de Noord-Oostpolder, werd ook na 1945 in gebruik genomen voor bollenteelt. Hier worden sindsdien voornamelijk tulpen, lelies en gladiolen geteeld. Ongeveer de helft van alle bloembollen worden wereldwijd in tuinen geplant. De andere helft van de bollen wordt gebruikt voor de snijbloementeelt in Nederland en in het buitenland.