Bloembolleninfo

Veld tulpen rood

Nederlandse bloembollen

Nederland is een van de kleinste landen ter wereld, toch kennen veel mensen Nederland, vanwege de dijken, de molens en natuurlijk de Nederlandse bloembollen. De bollenvelden in de provincies Noord- en Zuid-Holland en Flevoland zijn in april en mei op zijn mooist. Dat is wanneer o.a. tulpen, narcissen en hyacinten in volle bloei staan. Nederland produceert ongeveer 65 procent van het wereldwijde aanbod aan bloembollen. De groei van bloembollen voor economische doeleinden is ongeveer 400 jaar geleden in Haarlem en omgeving gestart. Sindsdien is het teeltgebied naar het Noorden en Zuiden verspreidt. Het gebied tussen Haarlem en Leiden werd bekend als ‘de Bollenstreek’. Een groot deel van de bevolking verdiende jaren zijngeld in de bloembollensector bijvoorbeeld in de kwekerij, export of in de toeleverende industrie. Lisse doopte zichzelf als het centrum van het bloembollengebied met de leus ‘Lisse, het centrum van het bloembollengebied’. Naast dit bloembollengebied, ontwikkelde zich tijdens de 1e wereldoorlog, in het meest Noordelijke gedeelte van de provincie van Noord Holland een ander bloembollengebied, de Anna Paulowna Polder. In het begin waren het de grote kwekerij-export bedrijven die hier land, voor een veel lagere prijs dan in het traditionele bloembollengebied, kochten. Na de 2e wereldoorlog groeide de bloembollenteelt in deze polder sterk. Een ander nieuw gebied, de Noord-Oostpolder, werd ook na 1945 in gebruik genomen voor bollenteelt. Hier worden sindsdien voornamelijk tulpen, lelies en gladiolen geteeld. Ongeveer de helft van alle bloembollen worden wereldwijd in tuinen geplant. De andere helft van de bollen wordt gebruikt voor de snijbloementeelt in Nederland en in het buitenland.

Van de kweker naar u

Er wordt bij bol- en knolgewassen onderscheid gemaakt tussen zomerbloeiers, zoals bijvoorbeeld de gladiool, dahlia, lelie en begonia. Deze worden in de lente geplant, en voorjaarsbloeiers, zoals de tulp, hyacint, narcis, blauw druifje en crocus, die in de herfst worden geplant. De bloemen worden na de bloei op het land bij de kweker verwijderd zodat de bol voedselreserves aan kan leggen. Immers, hoe groter de bol, hoe groter de bloemen zijn die u krijgt in de tuin of op de vaas. Zo’n twee tot drie maanden na het ‘koppen’ worden de bollen gerooid. Vervolgens worden ze gedroogd, gereinigd en op maat gesorteerd. De grote bollen (de verkoopbare maten) worden gescheiden van de kleinere bollen (plantgoed). In de bewaarruimte van het bloembollenbedrijf krijgen de verkoopbare bollen verschillende temperatuursbehandelingen. De temperatuursbehandeling is afgestemd op de door het land van bestemming gewenste bloeiperiode. Voorjaarsbloeiende bollen die bestemd zijn voor tuinen in een gematigd klimaat ondergaan een vrij gelijkmatige temperatuursbehandeling. Een groot deel van de bollen is echter bestemd voor de snijbloemen- en potplantenteelt in kassen. Bloementelers willen deze bollen het liefst ergens tussen november en mei laten bloeien, nog voordat de bloembollen buiten in bloei komen. Er zijn momenteel nog ruim 100 bloembollenexporteurs actief in Nederland. Zoals bij de kwekerij, zijn ook deze bedrijven steeds groter geworden en nam het aantal exporteurs door overname af. Zo’n 25 bloembollenexporteurs zijn goed voor 80% van de bloembollenexport. Ook op de exportmarkt begint zich een trend af te tekenen die wijst op marktspecialisatie (broei- of droogverkoop*) en land van bestemming. Dit garandeert een nog betere dienstverlening aan de klant: de bloemkweker of u als consument.

*Broeierij: de bloembollen worden geleverd aan een bedrijf dat de bloembollen plant voor de snijbloem. Zij kweken de bloembollen op tot bloemen, zoals tulpen, lelies, narcissen.
Droogverkoop: de bloembollen worden in kleinverpakkingen verkocht aan de consument die de bloembollen kan planten in de tuin of bloembakken.